Heeft u een persbericht? Stuur het dan naar pers...@volle-evangelie.nl
Online Bijbel Plus Pakket

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
Andrew Wommack

Oorspronkelijke titel: What Pleases God
als MP3 bestand te downloaden van: http://www.awmi.net/extra/audio/a18
Vertaling 2007 Wiebrig Calderhead

Is God blij met jou? Wat maakt dat God blij met je is? In hoeverre is wat je doet van belang voor God? Andrew Wommack beantwoordt deze vragen en geeft voorbeelden uit de levens van Henoch en Elia. Ontdek dat God bereid is om voor jou te werken en begin in te zien dat Hij blij met je is.

Waar is God blij mee

Hoeveel van jullie hebben echt een verlangen om God te behagen? Ik bedoel dat het echt je verlangen is? Alle mensen steken hun hand op. Nu ga ik jullie een andere vraag stellen. Ik wil dat je goed over het antwoord nadenkt. Met hoeveel van jullie is God ook echt blij? Eén hand. Een klein meisje daar. En hier een kleine jongen. Dat is verbazingwekkend. Wij hebben allemaal een verlangen om God te behagen, maar er zijn niet veel mensen die geloven dat God ook werkelijk blij met ze is. Dat is me wat.

Weet je, God behagen is een eerste vereiste voor een gezonde relatie. Je kunt relaties met elkaar vergelijken. De relatie die we met elkaar hebben zou een indicatie moeten zijn van de relatie die we met God hebben. Jammer genoeg is dat meestal niet zo, maar je kunt wel vergelijkingen trekken. Als jij een relatie met iemand had en je zou niet echt geloven dat die persoon blij met je was, dan zou jij je niet vrij voelen om je aan die persoon op te dringen en hem iets te vragen of te verzoeken. Je zou je niet vrij voelen om iets aan die persoon te vragen en ook nog te verwachten dat je het zou krijgen. Je zou niet geloven dat die persoon blij met je zou zijn. Je hebt niet veel vertrouwen in iemand die niet blij met je is. En je hebt er geen vertrouwen in dat die persoon jouw verzoek of jouw verlangen inwilligt. Zie je, als jij niet gelooft dat God blij met je is, als je niet beseft dat God blij met je is, dan zul je ook geen vrijmoedigheid en vertrouwen hebben in je relatie met God, vooral niet waar het gaat om geloven en ontvangen van God.

En toch, toen ik vroeg hoeveel van jullie het verlangen hebben om God te behagen, bleek dat iedereen God wil behagen. Maar er zijn maar weinig mensen die werkelijk geloven dát ze God behagen. Wat ik deze ochtend ga bespreken zal een aantal van jullie wakker schudden. Misschien haalt het je uit je zelfgenoegzaamheid. Amen? Maar prijs God dat we een beetje door elkaar geschud moeten worden. Wist je dat God blij met je IS? Hij is veel blijer met je dan je denkt. Het probleem is niet het feit dat God niet blij met ons zou zijn, maar het feit dat we niet doorhebben dat God blij met ons is. De meesten van ons gebruiken een verkeerde barometer om te meten of God wel of niet blij met ons is.

Voordat ik hier verder op inga, wil ik een andere vraag stellen, anders ga ik al teveel uitleggen. Waarom zou God eigenlijk blij met je moeten zijn? Hoe beoordeelt God of Hij wel of niet blij met je kan zijn? Ik zie dat sommigen van jullie het door gaan krijgen. God is blij met geloof. Wist je dat ik jullie vanmorgen eigenlijk al een beetje warm heb gemaakt? Ik had jullie ook op straat kunnen vragen of God blij met je is en zo ja, waarom God blij met je is. Vorige week nog vroeg ik dit aan iemand en hij zei: "Nou, ik zoek God. Ik bid. Ik bestudeer het Woord. Ik ga naar de kerk." Hij begon op te sommen wat hij allemaal in zijn leven doet om God blij te maken.

Wist je dat het niet datgene is wat je doet waardoor God blij met je is? Toch denken de meesten van ons dat door wat we doen God wel of niet blij met ons is. Als dat je norm is, als jij je daarop baseert als iemand je vraagt of God blij met je is, dan verzeker ik je dat satan in staat zal zijn om je te vernietigen. Ik verzeker je dat geen enkele daad van jou God helemaal kan behagen. Niemand kan God helemaal behagen met zijn daden of door zijn prestatie. En satan loert daarop. Hij laat jou je vergissingen zien, jouw mislukkingen. Als je denkt dat God van je houdt door wat je doet, dan denk je voortdurend dat je God niet kunt behagen, dat God niet blij met je is, dat God je gebeden niet zal beantwoorden. En daarmee zal satan je vernietigen.

Vanochtend wil ik praten over wat nodig is om God te behagen. In Hebreeën 11 staat: "1 Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. 2 Want door dit (geloof) is aan de ouden een getuigenis gegeven. 3 Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare."

Ik heb er al eerder over gesproken dat er een geestelijke wereld is en een fysieke wereld, en dat er dingen zijn die eerst in de geestelijke wereld bestaan voordat ze fysiek zichtbaar worden. Hierover gaan deze verzen. Door geloof begrijpen we dat de wereld door het Woord van God tot stand is gebracht, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare. Er staat niet dat de zichtbare, fysieke dingen uit het niets zijn ontstaan. Ze zijn uit iets gemaakt, maar het was geestelijke materie in plaats van fysieke materie. Geestelijke materie heeft alle fysieke materie voortgebracht.

Vanaf vers 4 gaat het als volgt verder: "4 Door het geloof heeft Abel Gode een beter offer gebracht dan Kaïn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is. 5 Door het geloof is Henoch weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want vóórdat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij Gode welgevallig was geweest."

Hier staat dat Henoch is weggenomen. Hij was de zevende persoon na Adam en wordt in Genesis 5 genoemd. Hij leefde 365 jaar. Hij verwekte Metuselach, die 969 jaar oud werd, maar de Bijbel zegt dat Henoch, toen hij 365 jaar was, niet meer was, want God had hem opgenomen. De tekstplaats in Hebreeën weidt hierover uit en zegt dat hij werd weggenomen. Hij werd letterlijk in de hemel opgenomen. Dit is een behoorlijk krachtig wonder. In het Woord van God zijn er slechts twee mensen die werden weggenomen en de dood niet zagen. De ene was Henoch en de andere was Elia. Slechts twee mensen in de hele Bijbel die weggenomen werden en niet stierven. Je kunt wel stellen dat er iets krachtigs in het leven van Henoch moet zijn geweest.

Waar denk je het eerste aan als je ziet dat door iemand grote wonderen worden verricht of dat er wonderen in het leven van die persoon gebeuren? Je gaat je afvragen wat die persoon heeft gedaan om dergelijke wonderen te verdienen. Wat doet die persoon waardoor God op deze manier door hem werkt?

Vroeger was ik zaalwachter bij de bijeenkomsten van Kathryn Kuhlman. Daar waren mensen die ik kende, dus ik ging ook meehelpen bij de bijeenkomsten. We moesten mensen naar binnen helpen die op brancards lagen. We moesten de gangpaden vrij maken. Er waren heel veel mensen en we moesten rekening houden met de brandweervoorschriften. Ik herinner me een vrouw die werd binnengebracht. Ze was zo zwak dat ze jarenlang alleen maar mondjesmaat vloeistof kon eten. Ze lag op sterven. Je kon gemakkelijk je hand om haar dijbeen leggen. Ze was vel over been. We moesten haar van de brancard in een stoel tillen en haar vasthouden om de brancard uit de weg te ruimen. Ik kan me herinneren dat ik tijdens die bijeenkomst allerlei wonderen zag gebeuren. Mensen kwamen uit hun rolstoel, blinde ogen en dove oren werden geopend. Ik keek rond en de vrouw die in haar stoel moest worden vastgehouden, was zich op de vloer aan het opdrukken. Ze rende door het gangpad en ze haalde haar brancard op die ze over de vloer duwde en op het podium zette. God had haar bovennatuurlijk genezen.

In die tijd ging ik naar een Baptistenkerk en ik zag al die wonderen. Maar ik vond Kathryn Kuhlman in het echt de meest weerzinwekkende persoon die ik ooit had ontmoet. Ze was vreemd. Vreemd en griezelig. Ze had de gewoonte om in lange loshangende gewaden op het podium door het dolle heen te raken. In het echt stootte deze dame me helemaal af. Maar mensen nog aan toe, ik kon niet om die wonderen heen. Ik stond daar vlak bij het podium, maar een paar meter van haar vandaan, en ik keek naar deze dame. Ik nam haar kritisch op en ik onderwierp haar aan een grondig onderzoek. In mijn hoofd speelde de gedachte: "God, wat doet zij, zodat U haar deze kracht hebt gegeven? Waarom heeft zij deze kracht?" 

Als je erbij was geweest, dan zouden velen van jullie precies zo gedacht hebben. Je hoort over iemand die wonderen doet, iemand die heel bekend is en bij wie al die wonderen gebeuren. Dan wordt bekend dat die persoon een zonde in zijn leven heeft. Hij heeft een misstap begaan en er is iets niet in de haak. Weet je wat de meeste mensen dan meteen denken? Ze denken dat het niet van God geweest kon zijn. God zou ze niet werkelijk hebben kunnen gebruiken. God gebruikt niet iemand die slecht is. We denken bij onszelf dat God iemand zou gebruiken die heilig genoeg is om door Hem gebruikt te worden. "Hoe heiliger je bent, hoe blijer God met je is. God zal je dan extra kracht, extra zalving geven. Er zullen buitengewone dingen gebeuren." 

Wij hebben deze diepgewortelde mentaliteit dat God van ons houdt op grond van wat we doen. Helaas moet ik zeggen dat deze mentaliteit op Christelijk gebied en in de Christelijke kerken is aangeslagen. Velen van jullie bestuderen het Woord, je bidt, je gaat naar de kerk, je betaalt je tienden, je doet al die dingen in een poging goed genoeg te zijn en goed genoeg te presteren, zodat God blij genoeg met je zal zijn, en je kracht en zalving zal geven, je gebeden zal beantwoorden, in je leven zal bewegen, je vrij zal zetten, al die dingen zal doen die je nodig hebt. En veel mensen zijn hier vanmorgen gekomen om God te behagen. Je probeert God te behagen door je daden, door iets te doen, door heilig te zijn. 

Broeders en zusters, zo gaat dat niet. Je daden zullen nooit goed genoeg zijn. Er is een biografie verschenen over Kathryn Kuhlman en die vrouw was in veel opzichten vleselijk. Ze had problemen met haar personeel, ze was driftig, geïrriteerd, wat al niet, en toch gebruikte God haar. Je vraagt je af hoe God zo iemand kon gebruiken. Wel, God had niemand anders om te gebruiken. Amen?

"Ach broeder, ik ben dan wel niet perfect, maar prijs God, ik vloek niet, zoals zoveel anderen, en ik ben tenminste beter dan die ouwe tollenaar daar. Ik vast tweemaal per week, ik betaal tienden, ik geef meer dan anderen aan liefdadigheid." Zie je dat dit het Farizeeërssyndroom is, als je jezelf met anderen vergelijkt? De waarheid is dat nog nooit iemand goed genoeg is geweest om voor God te werken. Er zal ook nooit iemand goed genoeg zijn om voor Hem te werken. God gebruikt ons niet op grond van onze prestatie.

Nu zegt iemand misschien dat je dus niet perfect hoeft te zijn, maar je zou tenminste een zekere graad van perfectie moeten hebben. Besef je eigenlijk wel wat je daarmee zegt? Dat is de gedachtegang dat God mensen in categorieën zou indelen. Je zegt dat niemand ooit de 100 procent haalt en dat niemand ooit perfect zal zijn, maar God hanteert een standaard om iemand te accepteren. Als je in je test slechts tot 30 procent komt, maar als je daarmee percentsgewijs in de top twintig staat, dan krijg jij je gebeden beantwoord. Op deze manier werkt het niet. Je moet ofwel volmaakt zijn in wat je doet, of je moet geloven in een verlosser. Jouw geloof in de Verlosser maakt dat God je aanvaardt en dat Hij in je leven beweegt. Door jouw gelóóf is God blij met jou.

In Hebreeën 11:5 staat over Henoch, de man die is weggenomen, dat voordat hij werd weggenomen van hem getuigd is dat hij Gode welgevallig was geweest. Het woord "getuigen van" betekent dat God niet alleen blij was met Henoch, maar dat Henoch besefte dat God blij met hem was. Henoch vertelde andere mensen dat God blij met hem was. Het is niet genoeg dat God blij met je is, maar je moet ook beseffen dat God blij met je is. Door geloof besef je dat en wandel je erin. En je hebt dat als een getuigenis voordat het in je leven resultaten voortbrengt. In het geval van Henoch was het resultaat dat hij weggenomen werd. In jouw geval kan het zijn dat je wordt genezen, verlost, voorspoedig bent, een zegen bent voor anderen, vrijmoedigheid hebt, al die andere dingen. Maar eerst moet je inzien dat God blij met je is. Als je voorspoedig wilt zijn en iets in je leven wilt voortbrengen, moet je eerst beseffen dat God blij met je is en dat als getuigenis hebben, wat je aan andere mensen kunt vertellen.

Als iemand naar je toe zou komen en zou vragen: "Is God blij met jou?" of "Hoe gaat het met je" en jij zou antwoorden: "God is blij met me", dan zouden de meeste mensen dat als godslastering beschouwen. Heel veel mensen zouden het gevoel hebben dat de bliksem zou inslaan als ze zoiets zouden zeggen, want het is zo geworteld in je denken dat God blij met je is door wat je doet terwijl je weet dat wat je doet niet is zoals het zou moeten zijn.

Ik heb al eens verteld over de wonderen die ik heb gezien. Ik heb gezien dat vrij veel mensen uit de dood zijn opgewekt. Laatst logeerde ik bij iemand die tijdens een van onze bijeenkomsten in Kansas City uit de dood werd opgewekt. Die man was 45 minuten dood en nu is hij 75 jaar. Hij werkt 12 tot 15 uur per dag. Deze man is gewoon een zegen. Hij stierf terwijl ik aan het spreken was. Nog nooit eerder was iemand in een van mijn bijeenkomsten zo onbeleefd. Maar hij werd uit de dood opgewekt. In Pritchett Colorado zagen we dat een man uit de dood werd opgewekt. Nu ik eraan denk, twee maanden geleden was ik in Corpus Christi in Texas waar ik sprak over Johannes 14:12 , over de werken die Jezus deed en dat wij dezelfde werken zullen doen of zelfs nog grotere. Toen zagen we wonderen en grote dingen gebeuren. Maar de zondag nadat ik was vertrokken, sprak de voorganger over Johannes 14:12. Hij zei: "Prijs God, we zullen in deze kerk de werken zien die Jezus deed." En terwijl hij zo sprak, stond een man op de voorste rij op en viel, voor de ogen van de gehele gemeente, voorover dood neer. Die man was de zwager van Philip, de voorganger. Een dame kwam naar voren, ze was verpleegster, en ze checkte alle vitale levenstekens, maar die waren er niet meer. Ze ging reanimeren, maar het hielp allemaal niet en tenslotte verklaarde ze dat hij overleden was. Ze hadden een ambulance gebeld, maar voordat die arriveerde, liep Fred het gangpad af, bad voor de man en de man stond op en verliet met de paramedici de kerk. Hij had hoge bloeddruk, hartproblemen, dat soort dingen, maar hij was genezen.

In ieder geval vertel ik jullie over deze wonderen en hier hebben we ook grote wonderen gezien. Dit is een Volle Evangelie gemeente, toch? We geloven niet in een leeg evangelie, we geloven in het volle evangelie. Als ik zou vragen hoeveel van jullie in wonderen geloven en hoeveel van jullie in genezing geloven, dan zouden we het allemaal geloven, want we geloven in het volle evangelie. Je raakt er opgewonden van als iemand van wonderen getuigt. Als iemand vandaag naar voren zou komen en dood neer zou vallen en ik zou vragen: "Hoeveel van jullie geloven dat God deze persoon uit de dood kan opwekken?", dan zouden jullie allemaal naar voren komen en vlak bij me komen staan en zeggen: "Amen, broeder, we geloven er in. Prijs God." Zie je, je twijfelt er niet aan dat God wonderen kan doen. Als je er wel aan zou twijfelen, dan zou je op zondagochtend in de Eerste Frigide Kerk zitten in plaats van hier. Je zou je eigen denominatie niet hebben durven verlaten om met mij geassocieerd te worden. Sommigen van jullie hebben het niet in de gaten, maar als je hier zit, ben je schuldig aan medeplichtigheid. Amen? Je kunt net zo goed stoppen om je zorgen te maken wat iemand anders van je denkt. Als men weet dat je naar de kerk gaat, dan ben je toch al schuldig. Amen? Men denkt dat je een fanaat bent, dus kun je net zo goed als een fanaat gaan leven.

De meesten van jullie geloven dus dat God kan genezen. Maar weet je, satan maakt de mensen aan het twijfelen. Hij laat je er niet aan twijfelen dat God kan genezen. Je accepteert de getuigenissen die je hoort. "Ja, God geneest. God doet die dingen." Satan laat je eraan twijfelen of God bereid is jou te genezen, omdat God niet echt blij met je is. Je hebt niet de zekerheid dat God blij met je is en dat God Zijn kracht voor jou wil gebruiken. 

Zie je, als iemand zou sterven en als ik zou zeggen dat we voor hem gaan bidden, hoeveel van jullie zouden dan geloven dat God hem uit de dood zou opwekken? Tjonge, een grote groep zou zeggen: "Amen, broeder, bid voor hem. Ik wil dit zien. Ik wil erbij zijn als iemand uit de dood wordt opgewekt." Je zou vooraan staan en God prijzen. Maar als ik zeg: "Als jij het gelooft, kom dan naar voren en bid voor hem", dan zouden de meeste mensen het laten afweten. Je gelooft dat God kan genezen als ik bid. Je gelooft dat het bij iemand anders zal werken, maar als ik zeg: "Jij gelooft het, dus kom naar voren en bid voor hem", dan zou de twijfel onmiddellijk toeslaan. Kunnen jullie allemaal volgen wat ik zeg?

Weet je waarom je gelooft dat mijn gebeden beter werken dan jouw gebeden? Omdat jij jezelf beter kent dan dat je mij kent. Als je mij net zo goed kende als jij jezelf kent, dan zou je niet méér geloof in mijn gebeden hebben dan in die van jou. Als je al mijn problemen en vergissingen kende en wist wat er allemaal verkeerd aan me is, dan zou je net zo'n slecht gevoel over mijn gebeden hebben als over die van jou. De reden dat we ons vertrouwen verliezen is dat we onszelf kennen. We kennen onze gebreken en we weten dat God niet blij met ons kan zijn. We twijfelen aan Zijn bereidheid om Zijn kracht te gebruiken, hoewel we niet echt aan Zijn bekwaamheid twijfelen.

Er zijn maar weinigen die misschien worstelen met de vraag of God de kracht heeft om een situatie te veranderen. Dat is niet het probleem. Je twijfelt aan Gods bereidheid om het te doen, omdat jij jezelf kent en omdat je denkt dat het op grond van je prestatie is dat God met je omgaat, van je houdt en blij met je is. Die gedachten doden jouw geloof. Je moet begrijpen dat God niet blij met je is op grond van wat je doet. God ziet niet naar wat jij doet.

In het volgende vers, Hebreeën 11:6, staat: "maar zonder geloof is het onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken." 

Dit vers belicht twee aspecten van geloof. Zoals er twee zijden aan een muntstuk zijn, zijn er twee zijden aan geloof. Geloof is niet alleen geloven dat God bestaat, wat betekent dat God de Almachtige is. Het staat er in de tegenwoordige tijd. Er staat niet dat God bestond. God is niet de grote IK WAS en niet de grote IK ZAL ZIJN, maar God is de grote IK BEN. Het moet in de tegenwoordige tijd staan. Je moet geloven dat God almachtig is, dat Hij kracht en sterkte heeft. De keerzijde van de munt is dat je moet geloven dat Hij een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.

Met andere woorden, je moet niet alleen in Gods kracht geloven, maar je moet ook geloven in Gods bereidheid om Zijn kracht te gebruiken als je Hem zoekt. Uit de context van dit vers blijkt dat je Hem in geloof moet zoeken en als je Hem in geloof zoekt, dan zal Hij je belonen. God zal je dan zegenen. Je moet geloven dat God bereid is Zijn kracht voor jou te gebruiken. Maar voor de meesten van ons is dit een struikelblok.

Het is als lopen op water, zoals Petrus deed. In Matteüs 14 staat beschreven dat Petrus op het water liep en dat het prima ging zolang hij naar Jezus keek. Maar toen kwam hij dichtbij Jezus. Weet je hoe ik weet dat hij dichtbij Jezus kwam? In de Schrift staat dat hij naar Jezus uitriep. Als hij dichter bij de boot dan bij Jezus geweest zou zijn, zou hij om hulp hebben geroepen naar de mannen in de boot in plaats van naar Jezus. Ook staat er niet in de Schrift dat Jezus naar Petrus toe rende en hem omhoog hees. Er staat dat Hij Zijn hand uitstak. Ik geloof dat Petrus dicht genoeg bij Jezus was gekomen dat Hij binnen handbereik was.

Je kunt veel parallellen trekken met deze geschiedenis. Want wist je dat als je in een crisissituatie bent, dat als je met je rug tegen de muur staat, dat als je helemaal geen vertrouwen meer in jezelf hebt, dat als God niet een wonder doet jij zult verdrinken, dat je er dan ernst mee maakt om God te zoeken? Maar als je in een positie bent waar je er bijna bent, ik bedoel dat je haast niet meer kunt vallen, dan laat je het afweten. Ik geloof dat Petrus, toen hij op het water liep, toen hij zich in het gebied van wonderen begaf, waar hij een wonder nodig had om te overleven, hij zijn ogen op Jezus hield gericht. Niets bracht hem er toe om naar rechts of links te kijken. Maar toen hij dichtbij kwam, er bijna was, ging hij denken dat hij het wel zou halen. Toen begon hij om zich heen te kijken en begon hij te zien wat er gaande was. Hij wendde zijn ogen van Jezus af, hij werd bang en hij begon te zinken. Jezus greep hem en zei: "Petrus, waarom ging je twijfelen?"

Een andere vraag die belangrijk is om te stellen is: "Waaraan twijfelde Petrus?" Petrus twijfelde er niet aan dat Jezus op het water kon lopen. Als dat zo was geweest, zou hij niet naar Jezus om hulp hebben geroepen, maar naar die mannen in de boot. Hij geloofde dat Jezus op het water kon lopen, maar hij twijfelde aan zijn eigen vermogen om op het water te lopen, omdat hij naar de natuurlijke omstandigheden ging zien. Dat is de gelegenheid die satan gebruikt om ons aan het twijfelen te brengen. Je hebt er geen problemen mee dat God bij machte is, maar je hebt er problemen mee dat God bereid is die macht voor jou te gebruiken. Het komt allemaal neer op dit ene ding: je hebt er geen vertrouwen in dat God blij met je is.

Henoch maakte God blij en dat was niet vanwege zijn heiligheid. Nu geloof ik wel dat Henoch heiligheid had en ik geloof dat Henoch heilig was, maar dat was niet een vertrouwen op wat hij had gedaan. Als Henoch had vertrouwd op wat hij deed, dan kan ik je verzekeren dat satan hem vernietigd zou hebben. Iedereen die zijn vertrouwen in zijn eigen daden stelt, zal nooit de ware vrijmoedigheid tot God hebben omdat, hoe goed je daden ook mogen zijn, ze nooit perfect zullen zijn. En satan is de aanklager van de broeders. Dat staat in Openbaringen 12. Satan is er een meester in om op je af te komen, je jouw fouten en mislukkingen te tonen, je te veroordelen en jouw vertrouwen weg te nemen. De reden dat de meeste mensen geen vertrouwen op God hebben is omdat ze denken dat zij door hun daden kunnen verdienen dat God blij met ze is. Daarom proberen we ons geloof in het verkeerde te stellen. We stellen ons geloof in onze daden in plaats van in de ontferming en goedheid van God.

Het is door geloof in God dat je vrijmoedigheid hebt om tot God te komen. Ik heb vrijmoedigheid tot de Heer, omdat ik heb geleerd wat er gaande is als satan mij begint te veroordelen. Als hij zegt: "Jij zielig persoon, waarom denk je dat God je kan gebruiken?", dan ging ik voorheen met hem debatteren en dan zei ik: "Nou ja, ik ben niet zoals ik zou moeten zijn, maar prijs God, ik ben beter dan vroeger. Ik heb meer gevast. Ik heb meer gebeden. Ik heb meer de Bijbel bestudeerd." Op het moment dat je dat zegt, heb je al verloren. Want op een gegeven moment raakt je eigen goedheid op en dan moet je onder ogen zien dat je tekortschiet. Niemand van ons is perfect. Niemand van ons is goed genoeg om welke zegen dan ook van God te verdienen. Satan blijft maar op je afkomen om jou te tonen wat je tekortkomingen zijn en uiteindelijk zal je geloof niet voldoende zijn, omdat je in jezelf gelooft in plaats van in je Verlosser.

Ik heb geleerd dat de Bijbel zegt snel een geschil bij te leggen met je tegenstander terwijl je nog met hem onderweg bent. Amen? Jezus zei dat we dat moeten doen, dus als de duivel mij begint te veroordelen en zegt: "Je bent een lummel. Waarom denk je dat God je kan gebruiken?", dan zeg ik: "Schuldig. Je hebt gelijk." Als ik niet een gebed heb, dan bid ik maar gewoon in de naam van Jezus. Amen? Ik verkrijg het door wie Jezus is. Ik stel gewoon mijn geloof in Jezus. Ik hou ermee op om Andrew te rechtvaardigen en ik begin gewoon Jezus te verheerlijken. En nu kan de duivel me niet meer veroordelen. Hij kan me niet meer laten zien hoe ellendig ik ben. Ik ben niet gered omdat ik het waard was gered te worden, maar ik ben gered omdat ik een Verlosser heb. Hij gaf me de dingen voor niets, door geloof, en ik heb mijn geloof in Hem gesteld en ik ben gered door wat Jezus heeft gedaan, niet door wat ik heb gedaan. De reden dat God me gebruikt en me zegent is omdat ik sterk word in de genade van de Heer Jezus Christus. Ik kom op het punt waar ik meer geloof in God kan stellen dan in mijzelf. Mensen, dat is een sterke positie.

Broeders en zusters, de meeste mensen hebben dit niet toegepast. De meeste mensen vragen zich af: "Is God al blij met me? Maken mijn daden dat Hij blij is met me is"? Ik zal je het antwoord op deze vraag geven: "Nee!" Sommigen van jullie denken dat God misschien blij met je is, maar als jij jezelf als geheel zou zien, dan verzeker ik je dat niemand ooit goed genoeg is voor de standaard van God. Maar God vergelijkt je niet met Zijn standaard. Het is niet zo dat jij je best doet en dat Jezus dan wel het verschil compenseert. Ofwel krijg je het door je geloof in de Verlosser, of je krijgt het door je eigen daden, maar het is niet een combinatie van die twee. Amen of wee mij?

Dit is goed nieuws, maar wist je dat dit voor de meeste mensen moeilijk te accepteren is? Het is er bij ons zo ingeprent dat God blij is met wat we doen en dat God je niet kan gebruiken als je niet heilig leeft. Heiligheid is belangrijk. Maar het is niet zo dat als je dit niet doet en dat niet doet, dat God je niet zal zegenen. Ik heb 45 tapes van 45 tot 90 minuten waarop ik dit allemaal uitleg, dus ik ga nu niet alle vragen hierover beantwoorden. Maar broeders en zusters, de sleutel tot het Christelijk leven is om in te zien dat God niet kijkt naar je goedheid om blij met je te kunnen zijn. Hij kijkt alleen naar Jezus. Als jij je geloof in Jezus stelt, dan ben je aanvaard door God. God is blij met sommigen van jullie van wie weliswaar van hun leven een puinhoop is, maar die Jezus tot hun Heer hebben gemaakt. Als je in geloof wandelt en als je geloof gebruikt als de wisselkoers tussen jou en God, dan is God blij met je, ook al voldoen je daden niet.

Tjonge, dit gaat dwars in tegen wat de religie leert. Onze religie zegt dat het schijnheiligheid is. Maar feitelijk is het schijnheilig als je denkt dat je God blij kunt maken door wat je doet. Dat is de hoogste vorm van misleiding. De ergste zonde die je kunt begaan is de zonde van eigengerechtigheid, dus als je denkt dat God iets aan jou verschuldigd is: "God, ik weet dat U me vandaag gaat gebruiken, want ik heb gevast, ik heb gebeden, ik heb God gezegend en ik heb al deze dingen gedaan." Dat is de ergste zonde van allemaal, als je denkt dat je Jezus niet nodig hebt. Je denkt dat je het kunt krijgen omdat je goed genoeg bent. Broeders en zusters, in onze hedendaagse religie zijn er heel veel mensen die zich deze mentaliteit eigen hebben gemaakt.

Het is gemakkelijk te begrijpen waarom dat zo is, want er is geen rolmodel voor genade en ontferming. Ik bedoel dat je werkgever je niet als gunst in dienst heeft genomen. Hij zegt niet dat, ongeacht of je naar het werk komt, ongeacht of jij je werk goed doet, ongeacht of je eigenlijk wel iets doet, ongeacht wat je doet, dat je een gegarandeerde baan hebt; je krijgt loonsverhogingen, er wordt voor je pensioen gezorgd, alles is geregeld, omdat het niet gebaseerd is op wat je doet. Nee, je werkgever neemt je in dienst vanwege wat je doet. De relatie tussen mensen is gebaseerd op wat ze doen. De relatie tussen ouders en kind is gewoonlijk gebaseerd op gedrag. Man en vrouw gaan met elkaar om vanwege wat ze doen. Zo zou het niet moeten zijn in een huwelijk, maar zo is het meestal wel. Ieder rolmodel dat we hebben is gebaseerd op wat we doen. Maar als het gaat om je relatie met God, dan wil ik dat je weet dat jij nooit Gods gratie kunt verdienen. Het betekent niets, nul komma nul bij God. Wat jij doet is misschien beter dan wat ik doe, maar wie wil de beste zondaar zijn die ooit naar de hel ging? Amen?

Man, als jij zondigt en de heerlijkheid van God misloopt, dan heb je een verlosser nodig. En als je een verlosser hebt, dan krijg je toegang tot God door het geloof in de Verlosser, niet door je werken. Dat verandert niet nadat je wedergeboren bent. 

De meeste mensen zullen dit beamen waar het de vergeving van zonden betreft en ze zeggen: "Ja, zo is het. Ik weet dat ik niet gered kan worden door wat ik heb gedaan. Maar nadat ik gered ben, verwacht God van me dat ik bid, dat ik het Woord bestudeer, dat ik dat allemaal doe, want anders zal God me niet zegenen." Dat is niet waar. De Bijbel zegt in Kolossenzen 2:6: "Gelijk gij dan Christus Jezus, de Here, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem." (SV) Dat betekent dat op dezelfde manier als waarop je Jezus hebt ontvangen, je doorgaat om van Jezus te ontvangen.

We zouden terug moeten gaan naar de eenvoud van het evangelie en we zouden net zo eenvoudig moeten zijn als toen we wedergeboren werden. We zingen het lied: "Zoals ik ben, zonder verontschuldiging, omdat Uw bloed voor mij is vergoten." (Just as I am, without one plea, but that Thy blood was shed for me, and that Thou bidd'st me come to Thee, O Lamb of God, I come, I come.) We stellen voor 100 procent ons geloof in Jezus. Iemand zou vanmorgen naar voren kunnen komen en zeggen: "Wil je alsjeblieft voor me bidden dat ik wedergeboren word?" en als ik een woord van kennis had, zou ik kunnen zeggen: "Jij bent een zielig geval. God laat me zien dat je in overspel leeft. Je bent een moordenaar. Je bent een dief. Er is van alles mis met je." Als ik hem op zijn zonden zou wijzen en als hij het evangelie op de goede manier had gehoord, dan zou hij er niet aan twijfelen dat God hem wilde redden, omdat Hij al onze zonden heeft vergeven. Het zou hem daarentegen nog veel meer aanwakkeren en hij zou zeggen: "Dat is de reden waarom ik Jezus als mijn Heer nodig heb. God, vergeef mij." Hij zou zijn geloof in Jezus stellen en wedergeboren worden, ondanks wie hij is, niet om wie hij is.

Dat is redding. Maar wat als het op genezing aankomt? Je zou hier voor genezing kunnen komen en ik zou met een woord van kennis kunnen zeggen: "Je heb de afgelopen week niet je stille tijd gehouden. Je hebt op weg naar de kerk ruzie gehad met je vrouw." Er zijn veel mensen die gemoord hebben, die in overspel leefden, die gestolen hebben, noem maar op, en ze stelden hun geloof in de Verlosser en werden wedergeboren. De dingen die ze deden weerhielden hen er niet van om wedergeboren te worden. Maar als het op genezing aankomt, dan zou het feit dat je vandaag de Bijbel niet hebt gelezen of dat je op weg naar de kerk kwaad werd, je verhinderen dat je genezing ontvangt. Kun je zien dat dit een dubbele moraal is? Kun je zien dat je hiermee zegt dat je op een andere manier iets van God kunt krijgen nadat je wedergeboren bent dan voor je wedergeboren werd. Dat is verkeerd. Dat is niet juist. Zo werkt het niet.

Dat is de reden dat de meesten van jullie zo gemakkelijk wedergeboren worden, omdat je geloof in een Verlosser was. Ongeacht de hoeveelheid vuiligheid die de duivel je voor de voeten werpt, het weerhield het je er niet van om in een Verlosser te geloven. Jouw geloof was in een Verlosser, niet in jezelf. Maar als het op genezing aankomt, dan geloven we wel in onszelf. Ons geloof is dan in wat we hebben gedaan. En dan komt satan erbij die zegt dat je niet waardig bent. "God is niet blij met je. Jazeker, God is de IK BEN, maar Hij zal jou niet belonen, omdat Hij niet blij met je is." De meesten van ons denken dat God ons niet zal helpen vanwege ons gedrag. Je komt in ongeloof en je twijfelt aan Gods bereidheid om Zijn kracht te gebruiken, omdat we het gevoel hebben dat God niet blij met ons is. Welnu, ik kan je verzekeren dat God niet blij was met je daden toen je wedergeboren werd, en dat je desondanks wedergeboren werd,omdat je in de Verlosser geloofde. Vandaag zal God misschien niet blij zijn met je daden, maar weet je, je kunt bevrijding ontvangen, genezing, voorspoed, wat je ook maar van God nodig hebt, ondanks wie je bent en niet vanwege wie je bent.

Zegt iemand nu dat ik een voorstander van zonde ben? "Broeder, je wilt me toch niet zeggen dat ik niet naar de kerk hoef te gaan, dat ik het Woord niet hoef te bestuderen, dat ik niets van dat alles hoef te doen omdat het alleen maar gaat om geloof in God? Wil je me dat wijsmaken?" Nee, dat zeg ik niet. Maar ik zeg dat God niet naar je daden kijkt. Jouw daden zijn belangrijk voor jou en voor de duivel. Ik heb een driedelige serie over de hardheid van het hart en ik moedig je aan daarnaar te luisteren. Het geeft een perfecte balans voor wat ik vandaag zeg. Mijn daden en mijn heiligheid zijn belangrijk, maar heiligheid verandert mij en verandert de ingang van satan in mijn leven. Heiligheid brengt God niet in beweging of verandert mijn positie bij God niet. Ik kan niet meer druk op God uitoefenen als ik heilig ben of minder druk als ik onheilig ben.

Maar onheiligheid zal mij schade toebrengen. Het zal mijn hart naar God toe verharden. Hoewel God nog steeds van me zal houden, zal ik niet zoveel van God kunnen houden, omdat ik in zonde leef. Ik mediteer niet over de liefde van God, ik zoek God niet en ik raak steeds verder van God verwijderd. Hoewel God nog steeds van me houdt, zal ik niet van God houden. Hoewel God nog steeds open voor me staat, zal ik geen geloof naar God hebben. Zonde zal mij schade toebrengen, maar het brengt geen schade toe aan de houding van God ten opzichte van mij. Zonde brengt schade toe aan hoe ik God zie. Ik zal niet de vrijmoedigheid hebben te geloven dat God blij met me is terwijl ik opzettelijk tegen Gods geboden inga. Op deze manier werkt het niet. Amen?

Het is bijvoorbeeld te vergelijken met eten. Je weet dat je moet eten om in leven te blijven. Maar wist je dat eten niet het leven is? Eten is iets dat je doet om te leven, maar eten op zich is niet het leven. Ga je dood als je een maaltijd overslaat? De meeste van ons kunnen een maaltijd overslaan en veel langer leven. Amen? Je gaat niet dood als je een maaltijd overslaat, maar het kan zijn dat je dat niet weet. Je denkt misschien dat je moet eten om te leven omdat het belangrijk is in je leven. Maar je begrijpt het niet helemaal goed. Dus als je een maaltijd overslaat, dan komt opeens de duivel op je af en die zegt: "Je hebt een maaltijd overgeslagen. Nu ga je dood." Dan word je bang en paranoïde. Je denkt dat je doodgaat, omdat je niet gegeten hebt. Tja, je zou dan dood kunnen gaan aan een hartaanval of er zou iets anders gebeuren waardoor je sterft. Maar het is dwaasheid zo te denken. In het algemeen weten de mensen wel dat ze niet doodgaan omdat ze een maaltijd hebben overgeslagen.

Wist je dat als je voortdurend in zonde leeft, als jij jezelf nooit geestelijk voedt, maar je leeft in zonde, dat dit je zal doden? Ik zeg dus niet dat jij je daden kunt negeren. We hebben het nodig om God te zoeken, om te bidden, om het Woord te lezen. We hebben het nodig dat we deze dingen doen, maar broeders en zusters, ik kan je vertellen dat je het nooit perfect zult doen. Er zullen tijden zijn dat je hierin tekortschiet. Dat betekent niet dat God niet meer blij met je is, net zo min als het betekent dat je doodgaat als je een maaltijd overslaat. In het algemeen eet je wel, ook al mis je eens een maaltijd. In het algemeen zoek je God wel en is God blij met je, ook al slaan we wel eens de plank mis in sommige gebieden.

Ik moet ademen om in leven te blijven, maar wist je dat als ik de hik heb of even mijn adem inhoud, ik niet voorover zal vallen en sterven? Ik weet dat ik een poosje mijn adem kan inhouden en dat ik gewoon doorga met leven. Je kunt ook even niet zo heilig leven en toch je geloof behouden, ofschoon je dat niet erg lang kunt volhouden. Maar als je een misstap begaat, dan zou je, in plaats van al die veroordeling over je heen te laten komen, moeten zeggen: "Het spijt me. Ik ging hier even fout, maar prijs God, dat zal me er niet van weerhouden om de zegen van God te ontvangen. Het is mijn geloof waar God blij mee is." Je vraagt dan om vergeving en je gaat gewoon door. Je laat niet alles vallen omdat je het hebt verknald.

Kijk eens naar Lucas 22. Ik wil je een voorbeeld laten zien van iemand die geloof had. En volgens Hebreeën 11, wat we daarnet gelezen hebben, is het zonder geloof onmogelijk om God welgevallig te zijn (vers 6). God heeft behagen in geloof. Dus als jij geloof hebt, dan is God blij met je, ook al zijn je daden er niet mee in overeenstemming. Uiteindelijk brengt geloof goede werken voort. In Jacobus 2 staat dat geloof zonder werken dood is. Je moet uiteindelijk goede werken voortbrengen, maar dat betekent niet dat je ieder moment van je leven perfect bent en dat als je niet perfect bent, je geen geloof hebt. Nee, je kunt op dezelfde manier geloof hebben zoals je ook kunt leven terwijl je even niet ademhaalt of niet eet.

In Lucas 22 lezen we dat Jezus op de avond voordat Hij gekruisigd zou worden met Petrus praat. In Lucas 22:31-32 zegt de Heer: "Simon, Simon, zie, de satan heeft verlangd ulieden te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken. En gij, als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw broederen." 

Wij weten allemaal dat Petrus het gigantisch liet afweten. Petrus verloochende de Heer en hij deed dat niet eenmaal, maar hij verloochende de Heer zelfs drie keer. Bij de derde keer zeiden de mensen: "Oh, jij bent één van de Galileeërs die Jezus volgden. Jouw dialect verraadt je." En om ze te laten zien dat hij niet een volgeling van Jezus was, verloochende hij niet alleen Jezus opnieuw, maar hij begon ook te vloeken en God te lasteren om zijn verloochening van Jezus kracht bij te zetten. Ik bedoel maar, dit is een zonde van de eerste rang. Het was niet een kleine vergissing, maar Petrus beging een buitengewoon grote zonde. Toch bad Jezus voor hem dat zijn geloof niet zou bezwijken.

Weet je, bij de meesten van ons is het zo dat als we iets beoordelen, we dit geheel op grond van prestatie doen. Wij kijken naar daden en voor ons zijn daden doorslaggevend. Wist je dat je daden een weerspiegeling zijn van wat binnen in je is? Maar het is niet een perfecte weerspiegeling. Het is mogelijk dat je iets doet wat niet werkelijk overeenkomt met zoals jij in je hart bent.

Jezus bad dat het geloof van Petrus niet zou bezwijken. Hoeveel van jullie geloven dat elke keer dat Jezus bad, Zijn gebeden beantwoord werden? Ik geloof dat de gebeden van Jezus altijd beantwoord werden. En daarom, omdat dit gebed beantwoord werd, bezweek het geloof van Petrus niet. De meesten van ons zouden naar Petrus gekeken hebben en we zouden denken dat zijn geloof gefaald had. De daden van Petrus kwamen niet overeen met wat God wilde. Petrus liet het afweten. Zijn daden faalden, maar zijn geloof bezweek niet. Hij is een voorbeeld van iemand die geloof had en die, volgens Hebreeën 11, nog steeds welgevallig voor God was, omdat het geloof er was, zelfs al strookten zijn daden er niet mee.

Als Petrus geen berouw had gekregen van zijn daden, als hij gedurende langere tijd zou zijn doorgegaan met het verloochenen van de Heer, dan is dat net als met ademhalen. Je kunt een poosje je adem inhouden, maar als jij je adem te lang inhoudt, dan ga je dood. Als je te lang zonder eten bent, dan ga je dood. Als Petrus ermee door was gegaan, dan zou het hem hebben gedood, zowel geestelijk als natuurlijk. Maar Petrus verloochende de Heer drie keer in één nacht, hij mislukte grandioos, hij zondigde tegen God, en toch bezweek zijn geloof niet. Ik geloof niet dat God niet meer blij met hem was. God was niet blij met zijn daden, maar God was nog steeds blij met Petrus, omdat zijn geloof niet bezweek. En zijn geloof zorgde ervoor dat uiteindelijk zijn daden weer in gelijke tred kwamen met zijn geloof. Petrus werd niet alleen weer in ere hersteld, maar het ging nog verder. Hij werd de pijler van de kerk, hij wekte Dorkas op uit de dood, deze man ging door met God. Dit is een voorbeeld van iemand die in zijn daden tekortschoot, maar toch was God blij met hem omdat er geloof aanwezig was. Is dit radicaal of niet? De meeste van ons kunnen geen vrijmoedigheid of vertrouwen hebben als we in ons hart weten dat we het verknald hebben, omdat we ons afvragen hoe God blij met ons zou kunnen zijn. God is blij met je omdat je geloof hebt.

Laat me je een ander voorbeeld geven. We hebben al gesproken over Henoch. Over hem zijn slechts vier verzen geschreven in Genesis 5. Maar er is nog iemand die werd weggenomen. Dat was Elia en over hem zijn heel veel tekstplaatsen te vinden. Laten we naar 1 Koningen 19 gaan. Elia komt in 1 Koningen 17 in beeld. Het eerste wat we over hem lezen is dat hij naar Achab ging, die een goddeloze koning was. Hij vertelde Achab: "Zo waar de HERE, de God van Israël, leeft, in wiens dienst ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen zijn, tenzij dan op mijn woord" (vers 1). Daarna ging hij weg en verstopte zich bij de beek Kerit, waar God hem voedde. Iedere ochtend en avond brachten de raven hem eten. Hij bleef daar een poosje en uiteindelijk werd hij naar Sarefat gezonden. Dat was een heidense stad. Hij ging naar een weduwe die bezig was haar laatste maaltijd klaar te maken. Ze had een handvol meel in de pot en een beetje olie in de kruik en ze was van plan daarvan een broodkoek te maken, zodat zij en haar zoon die konden eten en daarna zouden ze sterven (vers 12). Deze profeet, deze man van God, liep naar haar toe en zei: "Geef me iets te eten." Zij zei: "Dit is het laatste wat ik heb. Ik ga dit klaarmaken, mijn zoon en ik gaan ervan eten en daarna moeten we maar sterven." En Elia zei: "Als je mij eerst wat geeft, dan ga je daarna iets voor jezelf klaarmaken."

Tjonge, dat is heftig! We praten dan wel over de schandalen van Jim Bakker en Jimmy Swaggart , maar als zoiets tegenwoordig zou gebeuren, dat iemand naar een weduwe gaat en zegt: "Geef me je laatste kleine beetje eten en maak daarna iets voor jezelf klaar", dan kan ik je verzekeren dat we tegenwoordig zo iemand zouden kruisigen. Het zou ook verkeerd zijn geweest, als God niet gezegd had om het te doen. Maar omdat deze vrouw uit haar armoede gaf, was het resultaat dat God haar meel en olie vermenigvuldigde en drieëneenhalf jaar lang kon ze zichzelf, haar zoon en Elia voeden. Ze leden nooit honger met dat kleine beetje meel en olie dat ze had. Het was een groot wonder. Tijdens deze periode van drieëneenhalf jaar stierf de jongen. Elia nam hem mee naar de bovenkamer en wekte hem op uit de dood. Dat staat allemaal in het 17e hoofdstuk van 1 Koningen.

Elia ging daarna terug naar Achab en hij vertelde hem om alle 450 profeten van Baäl naar de berg Karmel te brengen. Elia ging daar ook naar toe en zei tegen het volk: "Hoe lang zult gij aan beide zijden mank gaan? Indien de Here God is, volgt Hem na, maar indien het de Baäl is, volgt hem na." (1 Kon. 18:20) Maar het volk zei niets. Toen zei Elia dat ze een proef zouden doen. Hij maakte twee altaren. Op ieder altaar werd een offer gelegd, maar er werd geen vuur aangelegd. Elia zei tegen de profeten van Baäl: "Roept gij dan de naam van uw god aan, en ik zal de naam des HEREN aanroepen. De God die met vuur zal antwoorden, die zal God zijn." (vers 24) En het volk zei: "Ja, dat is goed." De 450 profeten van Baäl begonnen van vroeg in de ochtend tot in de avond Baäl aan te roepen om vuur uit de hemel te geven. Op een gegeven moment kwam Elia erbij en hij begon ze te bespotten. Hij zei: "Misschien slaapt hij. Misschien moet je wat luider schreeuwen, zodat je Baäl wakker maakt. Misschien is hij op reis en moet je wachten totdat hij terugkomt." Terwijl hij aan het spotten was, gingen de profeten van Baäl zichzelf besnijden totdat het bloed ervan afdroop en toch gebeurde er niets.

Toen nam Elia een aantal mensen en groef een geul rondom zijn altaar. En er was een droogte, maar toch nam hij vier kruiken met water en goot die over het brandoffer en het hout, totdat het overstroomde en in de geul terechtkwam. Hij deed dit drie keer, in totaal twaalf kruiken met water. Hij vulde de geul met water zodat het niet mogelijk was dat er spontaan vuur zou ontstaan. Alleen God kon vuur geven. Daarna zei Elia een kort gebed. Hij zei: "God, doe dit, zodat dit volk weet dat U de ware God bent en dat ik op Uw bevel deze dingen doe." Meteen viel het vuur van de Heer uit de hemel en verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en de aarde en zelfs het water in de geul. Het was een enorm vuur en de mensen wierpen zich op hun aangezicht en zeiden: "De Here, die is God. De Here, die is God." Elia nam daarop de 450 profeten mee naar de voet van de heuvel en hakte hun hoofden af. Hij doodde 450 mannen die tegen God durfden op te staan.

Dat is Elia, amen? Hij is een sterke man van God. Wat ik vertelde staat allemaal in het 17e en 18e hoofdstuk van 1 Koningen. In het 19e hoofdstuk hoorde Izebel, de koningin, wat Elia had gedaan en Izebel stuurde een boodschapper die zei: "Zo mogen de goden doen, ja nog erger, indien ik morgen om deze tijd uw ziel niet gelijk zal maken aan de ziel van een hunner." (1 Kon. 19:1) Met andere woorden, ze legde een eed af dat God haar zou doden als zij Elia niet op dezelfde tijd de volgende dag gedood had. Elia had de koning weerstaan, hij had de hele natie weerstaan, hij had 450 profeten van Baäl weerstaan, hij had vuur uit de hemel geroepen. Deze man was sterker dan een beer, maar toen deze vrouw tegen hem kwam, maakte hij zich uit de voeten. Hij werd bang en vluchtte. In het 19e hoofdstuk treffen we hem onder een bremstruik aan. Hij huilde en had buikpijn en hij zei: "Oh God, neem mijn leven. Ik ben niet beter dan mijn vaderen."

Wist je dat het ons iets laat zien waarom Elia dit zei? Hij begon te denken dat hij beter was dan zijn vaderen, anders zou hij niet gezegd hebben dat hij niet beter was dan zijn vaderen. Weet je wat er gebeurde? Ik lees hier een beetje tussen de regels door, maar ik geloof dat het consistent is. Het is een verleiding voor ons allemaal en het overkwam Elia. Elia begon in totale nederigheid. Hij was echt op zoek naar God. Hij was afhankelijk van God. Hij vertrouwde God volkomen. Maar toen hij zoveel grote wonderen zag, begon hij te denken: "Kijk eens wat God door mij heeft gedaan." De nadruk was niet op: "Kijk eens wat GOD door mij heeft gedaan", maar op: "Kijk eens wat God door MIJ heeft gedaan." Hij werd vleselijk. Dat moet het wel zijn geweest, want hij stond op tegen de koning, het leger en alle profeten van Baäl en hij weerstond hen met totale vrijmoedigheid, maar toen de koningin tegen hem kwam, maakte hij zich als een lafaard uit de voeten. Dat zijn twee tegenovergestelde reacties. Het verschil moet wel zijn dat hij de ene keer in de kracht van de Heer stond en op de Heer vertrouwde, en de andere keer stond hij in zijn eigen kracht.

Hetzelfde gebeurde met de zoon van Izebel, Achazja. Dat staat in 2 Koningen 1. Achazja wilde Elia doden en hij stuurde een overste met 50 mannen naar Elia die op een bergtop zat, om hem gevangen te nemen. Deze overste zei: "Man Gods, de koning beveelt: daal af!" Dit gebeurde nadat Elia zijn lesje had geleerd. Hij antwoordde: "Indien ik dan een man Gods ben, laat er dan vuur van de hemel afdalen en u en uw vijftigtal verteren." En het vuur van God kwam uit de hemel en verteerde 51 mannen. Achazja stuurde daarom een andere overste met 50 mannen, die zei: "Man Gods, zo beveelt de koning: haast u, daal af!" En weer zei Elia: " Indien ik dan een man Gods ben, laat er dan vuur van de hemel afdalen en u en uw vijftigtal verteren." En weer kwam het vuur van God uit de hemel en verteerde de mannen (verzen 9-12). Op die manier vernietigde Elia 102 mannen. Hij had dat kunnen doen met Izebel en haar mensen.

Zie je, met Izebel stond hij niet in de kracht van de Heer. Hij was in het vlees omdat hij keek naar wat hij gedaan had. Telkens als je naar je prestatie kijkt, en het kan me niet schelen of die prestatie goed of slecht is, dan ben je in je vlees. Zelfs als je prestatie goed is, als je naar de kerk bent geweest, je tienden hebt betaald, de hele dag hebt gebeden en het Woord hebt bestudeerd, als je zelfvoldaan wordt over wat je hebt gedaan, dan ben je in het vlees. Je bent niet in de geest. Je geloof is niet in God. Je staat in de kracht van je vlees en jouw vlees is dan misschien sterker dan mijn vlees, maar jouw vlees is niet zo sterk als de duivel. Ik kan je verzekeren dat jij je haastig uit de voeten zult maken als hij de strijd met je aanbindt.

Dat gebeurde met Elia en hij ging zeggen: "God, ik ben niet beter dan mijn vaderen." Hij verknalde het enorm bij God. Hij was een lafaard. Hij vluchtte voor de koningin. Maar weet je wat er gebeurde? De Heer sprak tot hem en zei: "Elia, wat doe je hier?" Dat is een goede vraag. Wat doen wij in de troep waar we ons soms in bevinden? Hoe komt het dat je depressief bent? Nou ja, hier hebben we gewoonlijk wel een antwoord op. "Tja God, het is dat probleem. Het is dit. Het is dat." Weet je, dat is het Adamsyndroom. Amen?

Iedereen zegt: "Het is die vrouw die U aan me gegeven hebt." Merk op dat Adam eerst de verantwoordelijkheid afschuift op Eva en daarna zegt hij: "Het is die vrouw die U me gegeven hebt." Hij probeerde God voor alles verantwoordelijk te maken. Iedereen geeft altijd de schuld aan iemand anders. "Ik heb er geen troep van gemaakt. Het is dit. Het is mijn probleem. God, iedereen zou ziek worden als hij met kanker te maken kreeg." Kanker is geen excuus om niet genezen te worden. Kanker is niet moeilijker te genezen dan een verkoudheid. Het enige waardoor kanker ernstiger is, is omdat jij het ernstiger neemt. Wist je dat men net zomin een verkoudheid kan genezen als kanker? Dat is de waarheid. Kanker is voor 100 procent ongeneeslijk. Het enige verschil tussen een verkoudheid en kanker is dat de mensen niet dezelfde angst hebben bij een verkoudheid als bij kanker, maar ze zijn beide ongeneeslijk. Je kunt alleen maar de symptomen bestrijden.

Er kwam eens een vrouw bij me. Ik denk dat ze 21 jaar was. Ze was de vrouw van een voorganger. Ze hadden rondgereisd en ze geloofden God voor een baby. Ze werd zwanger en berichtten de gemeente hierover. Iedereen was opgewonden. Maar toen ze thuiskwam en naar de arts ging, bleek dat ze niet zwanger was, maar dat ze een tumor had. Ze had kanker. De arts vertelde haar dat als ze haar opereerden, ze slechts 50 procent kans had om de operatie te overleven. Ze zouden al haar vrouwelijke organen moeten wegnemen en ze liep het risico dat ze zou sterven. Maar als ze haar niet opereerden, dan zou ze binnen zes weken overlijden. Deze vrouw was er ondersteboven van. Ik had over hen gehoord. 

In ieder geval, op een avond zag ik haar in de kerk. Ze kwam naar me toe en zij en haar man huilden allebei. Ze waren nog maar begin 20. Ze bleven maar huilen en janken en ze vroegen: "Broeder Andrew, wat moeten we doen?" Ik keek naar ze en ik begon te lachen. Ik zei: "Kanker is voor God geen probleem. Waar maken jullie je zorgen over?" Tjonge, zij schrok ervan. Ze verwachtte begrip en medelijden. Ik zei: "Kanker is geen probleem. Waarom gaan jullie niet bidden en beter worden?" Ze wisten dat God geneest en ze wisten dat ze konden bidden, maar weet je, op dat moment leek kanker zo ontzettend groot. Maar door mijn antwoord begon de vrouw zich opeens te realiseren dat kanker voor God geen probleem is. Niets is te groot voor God. 

Ik ging dus met hen mee naar huis, we gingen zitten en ik praatte met hen. Ik zei: "Kijk eens, het is niet verkeerd. Je kunt naar de artsen gaan. Je kunt de operatie ondergaan als je dat wilt, maar ik zou liever niet het risico lopen dat ik nooit kinderen zou kunnen krijgen omdat al je vrouwelijke organen worden weggenomen." Ik zei: "Geloof gewoon in God." En ze besloten dat ze dat zouden doen. Ze belden de arts en die vertelde hun dat de vrouw zou sterven. Hij liet hun papieren ondertekenen zodat de artsen niet juridisch verantwoordelijk konden worden gesteld. Het was een moeilijke strijd, maar dat is nu ongeveer vier tot vijf jaar geleden gebeurd. Men had voorspeld dat ze binnen zes weken dood zou zijn, maar volgens de laatste berichten die ik heb gehoord heeft ze nu twee kinderen en is ze in verwachting van de derde. Ze is kerngezond. God genas haar en het was gewoon geen groot probleem.

Maar vaak rechtvaardigen we waar we zijn. Als de Heer zegt: "Waarom ben je hier?", zeggen we: "Oh God, hebt U gehoord wat de dokter zei?" Nou en? Wie maalt er om wat de dokter zei? Amen? Ja, ik weet dat ik nu op heilige tenen trap. Ik ben niet tegen artsen. Ik zeg alleen maar dat een arts ook maar een mens is. Als je niet een woord van God zou hebben, dan zou wat de arts zegt heel wat gewicht in de schaal leggen. Ik ben niet tegen artsen. Ik bedoel, als er geen artsen waren geweest, dan zouden alle Christenen gestorven zijn. Prijs God. Want zij wisten niet hoe ze in God moesten geloven. Ik ben niet tegen artsen. Ik zeg alleen maar dat als je een woord van God hebt, het niet uitmaakt wat een arts zegt. Het maakt niet uit wat de maatschappij zegt. Wie maalt erom? We rechtvaardigen altijd waar we zijn. Maar er is geen rechtvaardiging als we niet in de overwinning van God te wandelen.

God zei dus tegen Elia: "Wat doe je hier?" En eigenlijk zei Elia: "God, het is vanwege die vrouw Izebel. Ik ben trouw geweest. Ik heb Uw strijd gestreden. Ik vernietigde deze profeten van Baäl en ik ben de enige gelovige in heel Israël. Ik ben de enige die U zoekt." Telkens als je denkt dat je de enige bent en je steunt op al je deugden, dan kun je het wel schudden. Je bent in het vlees. Jij bent niet de enige in je woonplaats die er voor God is. Amen? De Heer zei uiteindelijk tegen hem: "Elia, er zijn 7.000 mensen die hun knie niet voor Baäl gebogen hebben." God liet Elia afkomen van de berg Horeb, waar hij was. In 1 Koningen 19:14-16 staat: "Daarop zeide de HERE tot hem: Keer op uw schreden terug, naar de woestijn van Damascus, en als gij daar gekomen zijt, dan zult gij Hazaël zalven tot koning over Aram. Voorts zult gij Jehu, de zoon van Nimsi, zalven tot koning over Israël; en Elisa, de zoon van Safat, uit Abel-Mechola, zult gij zalven tot profeet in uw plaats."

De Heer gaf hem drie dingen om te doen. Elia moest Hazaël zalven tot koning over Aram, hij moest Jehu zalven tot koning over Israël en hij moest Elisa tot profeet in zijn plaats zalven. Maar wist je dat Elia twee van de drie dingen die God hem had opgedragen nooit deed? In vers 15 staat: "Keer op uw schreden terug, naar de woestijn van Damascus, en doe deze dingen." Met andere woorden, het was niet iets dat God Elia opdroeg om vroeger of later eens een keer te doen. Hij zei: "Als gij daar gekomen zijt." Als je van deze berg bent afgekomen, dan moet je dit doen. Drie dingen. Elia deed maar één ding. In 2 Koningen 8 staat dat Elisa, de opvolger van Elia, Hazaël tot koning zalfde. In 2 Koningen 9 zond Elisa een andere profeet die Jehu tot koning over Israël zalfde. Elia deed deze twee dingen niet, want anders zou Elisa ze niet hebben hoeven doen.

Elia liet twee van de drie dingen na die God hem had opgedragen. Hij werd laf. Hij vluchtte voor een vrouw. Hij kreeg zelfmedelijden en zei: "God, ik ben niet beter dan mijn vaderen. Neem mijn leven." Hij overwoog zelfmoord. De man verviel in depressie en wanhoop. Nu kun je wel zeggen dat hij berouw kreeg van zijn depressie en wanhoop en dat hij doorging, maar je kunt niet zeggen dat hij er berouw van kreeg dat hij Hazaël en Jehu niet zalfde, want dat heeft hij nooit gedaan. Het staat niet in de Schrift dat Elia hen zalfde en Elisa moest het doen.

Deze man stelde met zijn daden God volkomen teleur, en toch werd Elia weggenomen, zodat hij niet stierf. Ik ben er zeker van dat God blij was met Elia, net zoals Hij dat met Henoch was. Elia wandelde zodanig met God dat hij werd weggenomen en toch was hij niet perfect. Hij deed lang niet alles goed. Twee dingen van de drie die God hem had opgedragen deed hij niet en hij toonde er nooit berouw over. Toch werd hij weggenomen.

Verdedig ik hiermee nu dat we God niet hoeven te dienen? Welnee. Als iemand die aanneemt wat ik vertel zal zeggen: "Broeder, ik mag dit wel. Jij bedoelt dat ik als de duivel kan leven en toch alles wat ik wil kan krijgen van God", dan zou ik zeggen dat je nooit wedergeboren bent. Iemand die werkelijk is wedergeboren zal volgens 1 Johannes 3:3 zeggen: "Een ieder, die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, gelijk Hij rein is." Iemand die werkelijk wedergeboren is, heeft een verlangen om voor God te leven. Je brengt er misschien bar weinig van terecht, maar je hebt het verlangen om voor God te leven en dit zal je vrijzetten van zonde. Het zal je niet vrijzetten om te zondigen. Iedereen die zegt: "Man, ik mag dit wel. Nu kan ik in zonde gaan leven", moet wedergeboren worden. Je hart is niet veranderd.

Ik vertel dit aan Christenen die een verlangen hebben om God te dienen, maar die niet perfect zijn. Je zondigt nog steeds. Je schiet nog steeds tekort en je hebt de vergissing gemaakt om te denken dat God op grond van je daden blij met je is en van je houdt. Je voelt je schuldig en veroordeeld en je hebt geen vertrouwen in God. Je geloof wankelt, niet je geloof dat God het kan doen, maar je bent er niet zeker van of God wel bereid is het te doen, omdat je weet dat je het niet verdient.

Ik praat tegen jou, zodat als je het verknalt hebt, jij je niet schuldig en veroordeeld gaat voelen, en niet gaat denken dat je doodgaat omdat je even geen adem hebt gehaald of omdat je een maaltijd hebt overgeslagen. Je gaat naar huis, je vermant jezelf en dan ben je standvastig omdat jij je vertrouwen bouwt op een Verlosser. Je hebt geloof in wat Hij heeft gedaan en niet in jezelf. Je begint in te zien dat God een welbehagen heeft in geloof. Jouw geloof is in Jezus. Prijs God. God is blij met je, omdat je in Jezus gelooft.

Ik wil nog naar een laatste tekstplaats gaan. In Romeinen 8:1 staat: "Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn." Er is geen veroordeling voor je, geen berechting, je bent niet schuldig verklaard. Weet je wat het woord veroordelen betekent? Het is zoals je een gebouw onbewoonbaar verklaart. Men zou zeggen dat zo'n gebouw niet geschikt is voor bewoning en daarom verklaren ze het onbewoonbaar. Men kan het niet gebruiken. Dat doet de duivel. Hij komt op je af en zegt dat je niet geschikt voor gebruik bent. Hij zegt dat God je niet kan gebruiken. Dat is veroordeling.

Maar er is geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn en die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Iemand zegt nu misschien: "Wacht even. Hier staat: niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Aha. Dat is het. Er staat dus dat er geen veroordeling is als je alles doet wat je zou moeten doen." Ik heb geen tijd om hierover te onderwijzen, maar er is een verschil tussen in het vlees zijn en naar het vlees zijn, in de Geest zijn en naar de Geest zijn. Als je het over "in de Geest" hebt, dan wordt bedoeld dat je er al bent. Het is een werkelijkheid. Je bent in de Geest. Je wandelt daarin. Je daden zijn ermee in overeenstemming. Met "naar de Geest" wordt bedoeld dat je die richting uitgaat. En door de hele Bijbel wordt dat consequent aangehouden. Als je wedergeboren bent, dan ben je naar de Geest geboren. Je richt je onmiddellijk naar God. Je gaat de richting van God uit. Je hebt dan misschien je doel nog niet bereikt, maar je gaat in het algemeen toch die richting uit. Amen? En er is geen veroordeling voor hen die niet naar het vlees, maar naar de Geest zijn. Ik ben niet perfect. Ik wandel niet helemaal zoals het zou moeten, maar ik ga wel de goede kant uit.

Wij denken dat met de vlucht van het Apollo-ruimteschip de technologie eromheen helemaal perfect was. Het schip landde op de centimeter af op de goede plek. Maar wist je dat volgens NASA het Apollo ruimteschip maar voor 11 procent van de tijd op koers was? De resterende tijd moest men gedurende de dagen die het ruimteschip nodig had om het doel te bereiken iedere vijf minuten de koers bijstellen. Dat ding werd eigenlijk gewoon naar de maan geworpen en iedere vijf minuten lag het ook op koers naar de maan. Maar de koers maakte een slingerbeweging. Om de vijf minuten was een koerscorrectie nodig. Betekende dit dat het schip niet op koers was? Ja, technisch gezien was het niet op koers, maar het ging wel altijd in de goede richting en ze bleven de koers maar corrigeren en na elke correctie kwam het schip dichterbij.

Het Christelijk leven is eigenlijk ook zo. Er is niemand die zich vandaag aan God toewijdt, waarbij je vanaf nu totdat de Heer komt je altijd, boem! rechtstreeks naar God gaat. Je zult vergissingen maken. Je zult naar God stuiteren. Maar je komt steeds dichterbij en de slingerbewegingen zullen steeds minder worden. Maar je bent niet perfect en je jaagt op windmolens als je je daden zodanig probeert te krijgen dat je goed genoeg bent voor God om jou te accepteren en in je leven te bewegen, omdat je het eindelijk voor elkaar hebt gekregen. Dat is de grootste misleiding die je ooit kunt geloven. 

Als je eenmaal beseft hoe het zit, dan is dat geen aanmoediging om maar in zonde te gaan leven, maar het neemt de schuld en veroordeling weg waarmee satan je neerslaat en het zal maken dat je je geloof in de Verlosser stelt in plaats van in jezelf. In plaats van het Farizeeërssyndroom "God, ik ben beter dan deze tollenaar daar", begin je te zeggen: "God, heb ontferming over mij." Amen? Je zult al je geloof in de Verlosser stellen in plaats van in jezelf. En daar zit kracht in.

Wist je dat God deze ochtend blij met je is? Maar net zoals bij Henoch, moet je doorhebben dat God blij met je is voordat je er de vruchten van plukt. Henoch had deze getuigenis. God was niet alleen blij met Henoch, maar Henoch wist zelf ook dat God blij met hem was. Hij ging rond om de mensen te vertellen dat God blij met hem was. Dat deed hij door geloof, niet vanwege zijn daden. Broeders en zusters, jullie moeten ook zover komen. Je moet kunnen zeggen: "Vader, dank U dat ik door Jezus aanvaard ben. U bent niet alleen bij machte, maar U bent ook bereid Uw kracht voor mij te gebruiken en dat is door Jezus, door mijn geloof. U bent blij met mijn geloof." In Efeze 1:6 staat dat God je begenadigd heeft in de Geliefde. Je bent vandaag geaccepteerd in Jezus. Amen?

God houdt van je. God is blij met je, omdat jij je geloof in de Verlosser hebt gesteld. En je kunt blij met jezelf zijn als je kunt accepteren dat God blij met je is. Als je dat belijdt, dan heb je grote vrijmoedigheid tot God en dan heb je geloof dat God niet alleen bij machte is, maar dat Hij ook de beloner is voor wie Hem ernstig zoeken. Hij gaat de kracht voor jou vrijzetten. Amen? Prijs de Heer.

Laten we gaan staan en in gebed gaan.

"Vader, we houden van U en we danken U voor Uw woord dat U vandaag gegeven hebt. En Vader, ik vraag U dat U de harten opent van de mensen en ons helpt om te zien, Vader, dat U blij bent met ons. Niet vanwege onze eigen daden, maar vanwege ons geloof. Geloof in U en geloof in wat U hebt gedaan.

Vader, ik vraag U om dat vandaag tot een openbaring te maken aan de mensen, en Vader, ik vraag U niet om iemand tot zonde aan te moedigen. Ik weet dat dit niet Uw wil is. Maar ik vraag U, Vader, voor degenen die U zoeken en toch falen. Wij zijn niet zoals we zouden moeten zijn, maar ondanks ons falen houdt U van ons. Wij willen niet dat onze fouten een ingang voor satan worden om ons te veroordelen en ons neer te slaan. Wij staan sterk in de genade die in onze Heer Jezus Christus is en wij baseren onze relatie op wat U hebt gedaan en niet op wat wij zelf hebben gedaan.

Vader, ik vraag u voor de mensen die op zichzelf hebben vertrouwd. Misschien zijn hun werken beter geworden, maar Vader, ze koersen op een ondergang af als ze in zichzelf vertrouwen. Ik vraag U om die mensen te helpen zich vandaag te vernederen, en Vader, om zich af te keren van zichzelf en hun geloof en vertrouwen in hun eigen goede werken, en terug te gaan naar de eenvoud van het evangelie, waar ons geloof in U is. U bent onze enige rechtvaardigheid. U bent onze enige hoop. Vader, ons geloof is voor honderd procent in U.

En Vader, wij danken U. Wij geloven dat U deze woorden neemt, Vader, en dat het Woord als een vuur zal zijn dat alles in ons leven verbrandt wat niet van U is. Ik vraag U dat iedere houding die niet overeenstemt met het Woord verbrand wordt. Vader, breng het terug tot de zuiverheid van geloof in U. Vader, wij danken U hiervoor. Wij zijn eenparig en ontvangen het in de naam van Jezus. Amen."

Ik geloof echt dat de Heer deze ochtend tot een aantal mensen gesproken heeft. 

Sommigen van jullie doen de dingen goed. Het is goed om naar de kerk te gaan, want het verandert jou. Je zou niet gehoord hebben wat ik deze ochtend heb gezegd als je thuis was gebleven. God houdt niet meer van je als je naar de kerk gaat, maar jij gaat meer van God houden, omdat je de waarheid hoort.

Sommigen van jullie lezen het Woord. Het is goed om het Woord te lezen, want dit zul je niet horen als je naar soapseries op de televisie kijkt. Je moet in het Woord zijn. Amen? God houdt niet meer van je als je het Woord leest, maar jij gaat meer van God houden, omdat je de waarheid zult horen en de waarheid zal je vrijzetten. 
Sommigen van jullie deden je uiterste best om te bidden, maar jullie deden dat met de houding van: "God, ziet U wat ik heb gedaan? Is dit niet genoeg?" Jullie hebben dingen gedaan in een poging om God van jullie te laten houden. Maar de waarheid is dat God al van je houdt. Je mag achterover gaan zitten en het door geloof accepteren. Maak je los van de gedachte dat God op grond van jouw daden blij met je is en van je houdt en baseer het uitsluitend op geloof. 

Sommigen van jullie hebben zich uit de naad gewerkt om dingen voor God te doen, maar met de verkeerde beweegreden. De Bijbel zegt in 1 Korintiërs 13:2-3: "Al ware het dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik ware niets. Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de liefde niet, het baatte mij niets." Sommigen van jullie hebben drooggestaan. Niets heeft jullie gebaat, want jullie geloof was in jezelf en in je daden. Wat jullie deden was niet verkeerd, maar jullie denken was verkeerd. Jullie geloof was in wat jullie zelf deden in plaats van in wat God voor jullie heeft gedaan.

En sommigen van jullie hebben het deze ochtend nodig dat je belijdt dat dit zonde is. Zeg: "God, vergeef me voor de zonde dat ik in mezelf heb vertrouwd en vergeef me voor de zonde van eigengerechtigheid om een positie te verkrijgen waar ik goed genoeg ben, zodat U van me houdt op grond van wat ik heb gedaan." Dit is de ergste zonde die er is, omdat het een klap in het gezicht van Jezus is. Je zegt: "Jezus, ik heb U niet nodig. Ik zal goed genoeg zijn door wat ík heb gedaan." Je hebt het nodig om jezelf te vernederen. De wortel van deze zonde is trots. Religie doet zich tegoed aan trots, aan wat jij kunt doen. Ware Christelijkheid is een erg vernederende ervaring, omdat je, nadat je al deze dingen hebt gedaan, moet zeggen: "Vader, wij zijn slechts onwaardige knechten. Wij hebben enkel gedaan wat U ons bevolen hebt." Sommigen van jullie moeten zich vernederen en toegeven dat je het mis had. "God, vergeef me dat ik het heb verknald en dat ik in mezelf heb vertrouwd."

Ik wil jullie de gelegenheid geven om jezelf publiekelijk te vernederen. De Bijbel zegt: "Belijd je fouten aan elkander", want daarmee verneder jij jezelf. Het brengt je terug naar de afhankelijkheid van God in plaats van vertrouwen in jezelf. Als dit op jou slaat en als je van jezelf weet dat je zelfgericht bent geweest, dat je op je eigen dingen hebt vertrouwd, dat je geen geloof in de Heer hebt gesteld, maar dat je teruggevallen bent in het vertrouwen op je eigen daden, je eigen werk, vraag God dan om je te vergeven. Als het op jou slaat, dan wil ik dat jij je hand opsteekt en zegt: "Ik heb berouw en ik vraag God mij te vergeven. Ik wil mijn geloof weer in de Heer Jezus stellen." Als het op jou slaat, steek dan je hand op. Hou je hand omhoog, zodat de mensen het kunnen zien. Ik wil dat jij jezelf vernedert en bekent dat je het verkeerd hebt gedaan. Steek je hand niet omhoog nadat we begonnen zijn met bidden. Doe het niet als iedereen zijn ogen gesloten heeft. Als jij jezelf wilt vernederen, doe het dan nu. Zeg: "Ik ben verkeerd. God, vergeef me."

"Vader, ik dank U voor deze mensen die hun hand hebben opgestoken. Ik dank U Vader, voor hun nederigheid. Ik dank U voor het verlangen in hun hart. En dat is, Vader, dat U de Heer bent, dat U de hoogste bent, dat hun geloof en vertrouwen op U is en niet op zichzelf."