Heeft u een persbericht? Stuur het dan naar pers...@volle-evangelie.nl
Online Bijbel Plus Pakket

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Het gezag van de gelovige - 2

Andrew Wommack

Deel 2 – Wie ‘maakte’ satan?

De meeste mensen zullen zeggen dat God satan creëerde. Want God heeft alle schepselen gemaakt, alles wat er bestaat. Nu geloof ik wel dat God satan heeft geschapen, maar niet dat Hij hem heeft gemaakt. En dat vraagt natuurlijk wel om wat uitleg. Maar voordat ik hier induik, vat ik nog even samen wat het overheersende denken is met betrekking tot waar satan vandaan komt. Ik heb heel veel mensen horen onderwijzen over de macht en de autoriteit van satan, met name waar hij die vandaan heeft. Verder heb ik er Bijbelcommentaren en diverse andere stukken op nageslagen. 

Waarschijnlijk is de overheersende theologie en doctrine, dat God satan creëerde en daar ben ik het 100% mee eens. Maar in feite creëerde God Lucifer. En dat zou een betere manier zijn om het te stellen vanuit Jesaja hoofdstuk 14. In eerste instantie gaat het in dit gedeelte over de koning van Babylon, maar wordt het eigenlijk symbolisch gebruikt om satan te beschrijven. Dit wordt heel duidelijk vanaf Jesaja 14:12, waar staat: ‘Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken!’ Dit spreekt duidelijk over satan. Hier staat het woord ‘Morgenster’ (= Lucifer), waaruit blijkt dat God Lucifer geschapen heeft. Ezechiël 28 laat zien dat Lucifer een goddelijke engel was. Hij was een heel machtige engel. In feite zegt Ezechiël 28 dat hij de gezalfde cherub was, die overdekte. Hij had een soort trompetachtige fluiten en trommels ingebouwd. Sommige mensen zijn van mening dat dit betrekking heeft op in zijn lichaam ingebouwde soorten muziekinstrumenten. En hij was die machtige gezalfde engel. Ik geloof dat God hem zo geschapen heeft: een goddelijke engel met de naam Lucifer. 

De meeste mensen geloven dat er een overtreding was die Lucifer beging tegen God en ze zeggen dat hij een derde van de engelen daarin meenam. Waarschijnlijk hebben de meesten van jullie dit precies zo gehoord: ‘Satan nam een derde van de engelen mee en daagde God uit. Hij probeerde Hem toen omver te werpen, maar werd verslagen door God.’ 

Dit baseert men op een gedeelte uit Openbaring, en wel hoofdstuk 12. In de hele Bijbel bestaat maar één Schriftgedeelte dat daarnaar verwijst. Ik stel hier ronduit dat het baseren van een alomvattende doctrine op één Schriftgedeelte, geen verantwoorde manier is om Bijbeluitleg te bedrijven. Daar komt nog bij, dat je in Openbaring 12 kunt zien dat alles wat daar gezegd wordt over de draak - en ik geloof dat dit over satan spreekt - heel symbolisch is. Bijvoorbeeld vanaf vers 3-4 ‘ En er werd een ander teken in de hemel gezien, en zie, een grote rossige draak met zeven koppen en tien horens, en op zijn koppen zeven kronen. En zijn staart sleepte een derde van de sterren des hemels mede en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, dit te verslinden.’ Dit is de enige verwijzing die ik ken. Misschien weet ik niet alles van de Bijbel, maar ik heb de Bijbel honderden keren gelezen en bestudeerd en ook het onderwijs van andere mensen hierover gelezen. Dit is het enige Schriftgedeelte dat ik ooit iemand heb horen gebruiken om te stellen dat satan één derde van de engelen heeft meegenomen en God uitgedaagd heeft. Nu ben ik niet honderd procent zeker van alles wat dit vers wil zeggen, maar nogmaals, we hebben hier te maken met symbolisch taalgebruik, en als wij dit, wat duidelijk symbolisch is, oppakken en daar een vérstrekkende doctrine van maken, kan dat geen verantwoorde Bijbeluitleg genoemd worden. 

Maar daarom geloven de meeste mensen heden ten dage dat satan een derde van de engelen in rebellie tegen God heeft geleid, dat hij door God werd verslagen en op de aarde geworpen. Zij geloven letterlijk dat satan over een beschaving heeft geregeerd die bestond vóór de schepping van Adam. Finneas Dake is degene die dit in de 18e eeuw populair heeft gemaakt. In Dake’s Bijbelcommentaar staan daar uitgebreide aantekeningen van en de meeste mensen hebben hun onderwijs daarop gebaseerd. Zij geloven dat tussen Genesis 1 vers 1, waarin God de hemelen en de aarde schiep en Genesis 1 vers 2, waar staat dat de aarde woest en leeg was, sprake was van een vernietigend oordeel van God over Lucifer en zijn koninkrijk en dat de aarde volkomen verwoest is. Dat vanaf Genesis 1 vers 2 gesproken wordt over de ‘her’ schepping, de schepping van de wereld die opnieuw plaatsvond. De meeste mensen geloven dit, zij geloven dat dit de plek was waar satan in opstand kwam en dat demonen afkomstig zijn van deze vóór-adamitische beschaving en dat dit de oorsprong is van satan. Toen vervolgens Adam en Eva werden geschapen, werd satan toegelaten hier beneden op aarde, inclusief al zijn slechtheid en verderf. Men denkt dat God hem in de hof toeliet, zodat mensen een keus zouden hebben tussen goed en kwaad. 

Zo zou het dus in zekere zin zijn. God die Zijn geschapen mens genomen heeft en in deze tuin geplaatst, waar dit woeste gemene kwaadaardige wezen aanwezig was, alleen maar om hen te beproeven en te zien hoe ze het er vanaf zouden brengen. Ik weet niet of je hier ooit wel eens over hebt nagedacht. Naar mijn mening denken de meeste mensen vaak niet echt serieus na over waarom de dingen zijn zoals ze zijn en gaan ze oppervlakkig met dingen om. Maar ik weet zeker dat er sommigen van jullie zijn, die zich wel eens hebben afgevraagd, als God een goede en liefdevolle God is, waarom Hij dan heeft toegestaan dat satan hier op aarde terecht kwam en Adam en Eva ging verleiden. Dat lijkt niet echt eerlijk. Voor mij staat dat gelijk aan een situatie waarbij je een kind van één of twee jaar oud in de tuin laat spelen, terwijl je weet dat daar een leeuw of een beer zit, die hem zomaar kan verscheuren en doden. Wij vinden zoiets onverantwoordelijk. In onze maatschappij halen wij kinderen weg bij ouders die hun kinderen niet beschermen, niet voor hen zorgen. Maar dan wèl beweren dat God satan in de hof van Eden losliet om Adam en Eva op de proef te stellen. Ik geloof helemaal niet dat het zo in elkaar zat. 

Hoe ging het dan wel? Weet je wat ik geloof? Ik geloof dat satan, toen hij op aarde was in de hof van Eden, nog steeds Lucifer was en dat hij Gods beste engel was. Dat God hem daarheen gestuurd had, niet om een verleiding te zijn voor Adam en Eva, maar juist om hen tot zegen te zijn. Hebreeën 1:14 geeft aan wat engelen zijn: ’Allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen, die het heil zullen beërven’ Engelen worden dus uitgezonden ten dienste van ons. Ik geloof dat God Lucifer naar deze aarde heeft gezonden, niet om Adam en Eva te verzoeken, maar als een hemels wezen, om hun beschutting te zijn, om hen te dienen, ten dienste te zijn van hen die het heil zullen beërven. Hij was daar met een Goddelijke, hemelse opdracht en hij beging zijn overtreding in de hof van Eden. 

Hier zijn wat Bijbelgedeelten die dit ondersteunen. Ezechiël 28:11-12 ‘Het woord des HEREN kwam tot mij: “Mensenkind, hef een klaaglied aan over de koning van Tyrus”.’ Dit is in eerste instantie gericht tot de koning van Tyrus, maar dit is hetzelfde principe als in Jesaja 14, waar in eerste instantie wordt gesproken tot de koning van Babylon en waar in vers 12 letterlijk wordt gezegd ‘Gij zijt de Morgenster (Lucifer)’ en dat laat zien dat hoewel er een fysiek persoon werd aangesproken, er in werkelijkheid gesproken werd tot de demonische macht die daarachter zat. Dat komt overeen met wat Jezus deed met Petrus in Matteüs 16, toen Hij Petrus aankeek, maar zei: ‘Ga weg, achter Mij, satan; gij zijt Mij een aanstoot, want gij zijt niet bedacht op de dingen Gods, maar op die der mensen.’ ‘Sprekend tot de koning van Tyrus,’ maar als je het verder leest maken enkele dingen het volkomen duidelijk dat dit niet echt spreekt tot de fysieke persoon, maar tot de demonische macht, naar ik geloof satan zelf, die werkzaam was dóór deze koning van Tyrus. Dit spreekt dus over satan en dat wordt duidelijk door de dingen die er gezegd worden. 

Vers 13-15 zegt: ‘In Eden waart gij, Gods hof; allerhande edelgesteente overdekte u: rode jaspis, chrysoliet en prasem, turkoois, chrysopraas en nefriet, lazuursteen, hematiet en malachiet. Van goud was het werkstuk, waarin zij waren gevat en aan u vastgehecht; toen gij geschapen werd, waren zij gereed. Gij waart een beschuttende cherub met uitgespreide vleugels; Ik had u een plaats gegeven: gij waart op de heilige berg der goden, wandelend te midden van vlammende stenen. Onberispelijk waart gij in uw wandel, vanaf de dag dat gij geschapen werd, totdat er onrecht in u werd gevonden.’ Dit beschrijft dus satan, en zegt heel expliciet – In de hof van Eden – en beschrijft hem nog steeds in zijn zondeloze, volmaakte staat! Daarom geloof ik dat dit was wat er gebeurde. In plaats van dat God satan naar beneden stuurde en daar losliet om mensen (Adam en Eva) te verzoeken, geloof ik dat God Lucifer gezonden heeft, de gezalfde cherub, om dekking en bescherming te geven. Eén van de mooiste en beste engelen die Hij geschapen had, stuurde Hij naar beneden, naar de hof van Eden, om een dienaar te zijn voor de mensheid. 

Dit zal sommige mensen versteld doen staan. En dat, nogmaals, omdat er zoveel dingen geaccepteerd zijn, alleen maar omdat erbij gezegd is: ‘Zo spreekt de Here’, terwijl het in werkelijkheid helemaal niet door de Bijbel wordt ondersteund. Ik geloof dat satans overtreding, zijn rebellie tegen God, in de hof van Eden plaatsvond. En dat wordt beschreven in Genesis hoofdstuk 3, toen satan in die slang kroop en de slang misbruikte om tegen Eva te spreken en haar te verleiden. Daar kreeg hij zowel Adam als Eva zover om van de verboden vrucht te eten. Ik geloof echt dat dit het moment was, dat satan tegen God in opstand kwam. 

En dit is de logica hierachter. Ik heb reeds het Schriftgedeelte gebruikt uit Openbaring 12:3 en 12 waar staat dat de draak een derde van de sterren des hemels meesleepte naar de aarde. En ik herhaal dat het een hele wankele basis is om zoiets daarop te baseren. Desondanks leren heel veel mensen dat satan een derde van de engelen nam en in opstand kwam tegen God. Satan zou nog niet eens hebben kunnen winnen als hij 100% van de engelen had mee kunnen slepen, laat staan als hij maar een derde van de engelen meekreeg! Hij was helemaal niet in staat om te winnen in een openlijk gevecht met God, waarin hij de positie van God rechtstreeks zou proberen aan te vallen. 

Wat hij in werkelijkheid deed, is het volgende. Ik geloof dat satan, terwijl hij hier op aarde bezig was om Adam en Eva te dienen, zag dat zij iets hadden dat hij niet had. Hier kom ik later nog op terug. Satans macht en de autoriteit die hij had was voorwaardelijk. Er is geen enkele manier om te geloven dat engelen op dezelfde manier geschapen zijn als mensen. Toen de mens geschapen werd, kreeg hij onvoorwaardelijk gezag over de aarde. Laat ik enkele Bijbelgedeelten geven om dit te verifiëren: Genesis 1:26-28: ‘En God zei: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. En God zegende hen en God zei tot hen: Wees vruchtbaar en word talrijk; vervul de aarde en onderwerp haar, heers over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt.’ 

Dus toen God de mens schiep, gaf Hij hem heerschappij, macht over de aarde, en daar wordt hier totaal geen beperking of voorwaarde aan verbonden. Hij zei helemaal niet: ‘Zolang jullie Mijn leiding volgen en aanvaarden, zolang jullie doen wat Ik wil dat jullie doen, zólang laat Ik jullie heerschappij voeren over de aarde.’ Nee, er waren helemaal geen voorwaarden verbonden aan deze heerschappij. En ik moet hier een aantal zaken weerleggen omdat de meeste mensen een aantal zaken over God niet in de gaten hebben. Heel veel mensen schrijven God onze eigen menselijke zwakheden en karakteristieken toe, dingen vanuit onze gevallen staat. Maar zo is God helemaal niet. De Bijbel zegt in Psalm 89:35 ‘Mijn verbond zal Ik niet ontwijden, noch veranderen wat over Mijn lippen gekomen is.’ Dit betekent heel eenvoudig dat God niet kan liegen. Dat staat ook in Hebreeën 6 . God kan niet liegen. In Hebreeën 1:3 staat dat God alle dingen in stand houdt door het Woord van Zijn kracht, wat wil zeggen dat Gods Woord en de integriteit van Zijn Woord, de onwankelbaarheid ervan zorgt dat het universum bestaat en in stand blijft. God kan gewoon niet liegen en Hij zal absoluut niet aantasten wat Hij door Zijn mond spreekt. Dus als God zegt dat jij heerschappij, gezag, autoriteit hebt; dan doe jij het, moet jij onderwerpen, want het staat allemaal onder jouw heerschappij…! 

God heeft nooit de bedoeling gehad dat de mens dat gezag en die autoriteit zou gebruiken op de manier als wij dat gedaan hebben, door het aan satan over te dragen. Máár, omwille van Gods eigen integriteit, kán Hij niet liegen. Hij zal nooit, zoals wij vaak doen, zeggen: ‘Sorry, fout, zo heb ik het niet bedoeld, afgelopen, stop. We gaan het opnieuw proberen. Ik neem deze autoriteit terug. Je bent niet in staat het goed te doen, dus jij mag niet langer over de aarde heersen.’ Zo zouden wij het doen. Als iemand de privileges die wij hem gegeven hadden zou misbruiken, zouden wij ze intrekken. Maar God is niet zo. God is gebonden, gehouden aan Zijn Eigen Woord. In Psalm 138 staat in feite dat de Heer Zijn Woord heeft verhoogd boven Zijn naam. En voor de naam van Jezus zal iedere knie buigen en elke tong belijden. Dat is een hoge toren! De naam Jezus is ongelooflijk machtig. En toch is het Woord van God verheerlijkt, verhoogd zelfs boven de naam van Jezus. Wat een indrukwekkende uitspraak: God kan niet liegen. 

God kan niet veranderen. God zegt dat jij de heerschappij hebt! In de hof van Eden, toen Hij dat instelde, verbond Hij daar geen enkele voorwaarde, geen enkele beperking aan. Ik denk dat satans oortjes zich toen opeens spitsten. In feite was hij toen nog Lucifer en hij zag dat de macht en het gezag waar hij de beschikking over had, gedelegeerd gezag was (afgeleid gezag) en dat wanneer hij God ongehoorzaam zou worden, zijn macht ogenblikkelijk weggenomen zou worden. Hij had niet eens de mogelijkheid om de macht die hij had te gebruiken tegen God. Er was een nul komma niks mogelijkheid dat satan rechtstreeks in opstand zou kunnen komen tegen God. Maar nu zag hij opeens geschapen wezens, Adam en Eva, die onvoorwaardelijk gezag en macht hadden. 

En ik geloof vanuit alles wat ik ervan begrijp, het in de Bijbel als volgt bedoeld wordt (- en niet alle dingen zijn heel duidelijk/letterlijk uitgeschreven in de Bijbel - daarom geef ik toe dat ik tegen de grenzen aanloop van dingen die ik kan zeggen. En misschien ligt het wel buiten het bereik van onze mogelijkheden om te kunnen begrijpen, God heeft niet alle dingen aan ons geopenbaard -). De Bijbel spreekt erover dat engelen die gerebelleerd hadden en hun oorsprong ontrouw geworden waren, vastgebonden werden en in bewaring gehouden tot de dag van oordeel . Hiermee wordt aangetoond dat engelen een vrije wil hadden/hebben, maar niet dezelfde macht en autoriteit. Er is geen enkele grond om aan te nemen dat zij onvoorwaardelijk gezag en macht hebben. God kon ze dus als het ware ogenblikkelijk op staande voet ontslaan en de macht die het gezag dat Hij hen gegeven had ontnemen en ongedaan maken, waardoor ze volkomen machteloos waren. Ik denk dat het gewoon onmogelijk was voor satan om een derde van de engelen te nemen en openlijk een aanval op God te ondernemen. En sowieso behield God rond Zijn troon twee derde van de engelen. 

Maar wat satan deed was het volgende. Hij zag dat Adam en Eva gezag over de aarde ontvangen hadden om er zonder enige beperking over te heersen. Tot op zekere hoogte maakte God Adam en Eva tot god over deze wereld. Laat me je enkele Bijbelgedeelten geven die dit ook zeggen. Het is zelfs zo dat Jezus er hier één van aanhaalde , toen Hij werd bekritiseerd door de schriftgeleerden en de farizeeërs. In Psalm 82:6 wordt over de mensen gesproken en staat er: ‘Ooit heb ik gezegd: “U bent goden, zonen van de Allerhoogste, allemaal.’ Als je dit in de context beziet, spreekt dit over hoe God de mensen gemaakt had en heeft Hij tegen de mensen gezegd: ‘Jullie zijn goden.’ Niet met een hoofdletter G, niet in de zin van Goddelijk wezen, maar wij zijn geschapen in het beeld en de gelijkenis van God en ons is zoveel macht en gezag over de aarde gegeven, dat het aan ons is, om te regeren. En zo zijn we op een bepaalde manier god over deze aarde. 

Nog een Bijbelgedeelte dat hierbij aansluit en dit ondersteunt. Psalm 115:16: ‘De hemel is de hemel van de HERE, maar de aarde heeft Hij de mensenkinderen gegeven.’ Dit vers zegt dus dat God de aarde aan de mensheid heeft gegeven. Hij gaf het aan ons. Hij gaf ons letterlijk het gezag om te heersen over deze aarde, alsof wij haar geschapen hadden. Wij waren niet de schepper, Hij is de schepper. Maar Hij gaf ons dat soort macht en autoriteit over deze aarde, zonder enige beperking, zonder grenzen. En ik geloof dat het dit was wat Lucifer nog in een zondeloos en perfecte staat zag. Lucifer, de zondeloze volmaakte engel van God, die in de hof van Eden was om de mens te dienen, ik denk dat hij een mogelijkheid zag. 

Ik zal een aantal van deze Bijbelgedeelten later verder behandelen, maar als je Jesaja 14 leest, geeft dat zo ongeveer de gedachtegang weer die zich in Lucifer afspeelde. En Lucifer was jaloers op God. Hij zei: ‘Ik zal als de allerhoogste God zijn, ik zal mijn troon vestigen boven de sterren des hemels, ik zal op de berg van het noorden zitten, ik zal …’ Hij was gewoon jaloers op God. Hij was één van de aller-machtigste engelen, maar was toch niet tevreden met de 2e, 3e, of 4e rang, of wat zijn positie dan ook was. Hij begeerde de plaats die God innam en was, zoals de Bijbel zegt: ‘vervuld met jaloezie en afgunst.’ 

Hij begeerde dus de plaats in te nemen die God bezat, maar dat was onmogelijk met de macht waarmee hij geschapen was, want nogmaals, dat was een gedelegeerd (afgeleid) gezag. Als hij in opstand was gekomen zou dat gezag onmiddellijk zijn ingetrokken en zou hij vernietigd zijn. Maar ik geloof dat hij zag dat God aan de mensen iets gegeven had dat nooit aan engelen gegeven was. En dat was een onvoorwaardelijk gezag zonder kleine lettertjes, onbegrensd dus zonder beperkingen. Daarom had satan in de gaten dat als hij erin zou slagen Adam en Eva te verleiden om zich aan hem over te geven en zodoende te rebelleren tegen Gods instructies, hij hen zover kon krijgen dat ze niet Gods- maar zijn instructies zouden opvolgen, daar een principe van God in verborgen lag. Zelfs al stond het nog niet opgetekend in de Bijbel, want de Bijbel zegt dat de dingen van God vaststaan vanaf het begin. En de Heer verandert nooit. Zijn schepping is altijd werkzaam geweest onder deze wetten. Romeinen 6:16 zegt: ‘Weet gij niet, dat gij hem, in wiens dienst gij u stelt als slaven ter gehoorzaamheid, ook moet gehoorzamen als slaven, hetzij dan van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid?’ En ook al was dit schriftgedeelte toen nog niet zwart op wit opgeschreven, dan was het nog steeds de wet van God, zo werkt het Koninkrijk. 

Als satan in staat zou zijn om Adam en Eva erin te laten lopen om hem te gehoorzamen en zich aan hem over te geven, kon hij hun meester worden. Dan kon hij het gezag onder controle krijgen dat aan de mensen was gegeven en gebruiken om tegen het Koninkrijk van God in opstand te komen en de lofprijs, de bewondering en de glorie te ontvangen, die hij begeerde. Ik geloof dat het zo gebeurd is. 

Het is net als met iemand die een bank wil beroven. Een grote bank heeft meestal voor de beveiliging een aantal bewakers in dienst. Eén persoon met een pistool is niet in staat om bij zo’n bank naar binnen te gaan en alle bewakers te overweldigen. Hoe lukt het dan wel? Door naar binnen te gaan en iemand in gijzeling te nemen. Door een pistool tegen het hoofd van de gijzelaar te houden en met de dood te dreigen. Ze weten dat de goedheid van de mensen die de bank beheren ervoor zorgt dat men niet bereid is om een gijzelaar te laten sterven om al dat geld te beschermen. En zo heeft één iemand met maar één pistool, met wellicht hoogstens 6 kogels erin, veel meer macht tegenover meerdere mensen met automatische wapens met 20 – 30 rondes munitie. Technisch gezien kunnen ze nooit tegen de overmacht aan bewaking op, maar door een gijzelaar te gebruiken kan men in principe een roofoverval laten slagen. 

En min of meer vergelijkbaar was satan niet in staat om God te overweldigen. Toen zag hij dat God Adam en Eva een gezag gaf zonder enige beperking. En als zij zich uit eigen vrije wil aan hem zouden overgeven, dan zouden ze dat gezag aan hem overdragen. God als Eigenaar, als Schepper, had wel degelijk neer kunnen dalen en de aarde volledig kunnen uitroeien, inclusief Adam en Eva, satan en alle opstandige engelen. Technisch gesproken had Hij als Schepper dat recht, de macht en het gezag. Hij had ons zeg maar ter verantwoording kunnen roepen, het hele universum op kunnen doeken en helemaal opnieuw kunnen beginnen. Maar het punt was dit, in te grijpen in de gang van zaken van deze wereld, daar had Hij het recht niet toe om dat te doen. Want Hij had de controle om de aarde te regeren overgedragen aan mensen van vlees en bloed. Hij had dan Zijn Eigen woord moeten schenden. Dan zou de wereld uiteengespat zijn, omdat ze bijeengehouden wordt door de integriteit van Zijn Woord, zoals staat in Hebreeën 1:3. 

God had, om Zijn integriteit te bewaren en om achter Zijn Woord te blijven staan, Adam en Eva, onvoorwaardelijke en onbeperkte autoriteit gegeven over de aarde. En als zij ervoor kozen om die over te geven aan Lucifer - wat technisch gezien hun goed recht was om te doen - zou God onrechtvaardig zijn geweest als Hij had ingegrepen en iedereen had uitgeroeid. Als oordeel had Hij dat kunnen doen en had Hij er ook alle recht toe, maar op het niveau van; naar beneden komen, satan uitroeien en tegen Adam en Eva zeggen: “Dat hadden jullie niet moeten doen, doe dat niet nog eens.” Dat kon Hij niet doen. Zij hadden die keuze. En zo heeft satan op een bepaalde manier Adam en Eva in gijzeling genomen. Hij gokte op het feit dat God niet zou komen om de schepping die Hij gemaakt had weg te vagen. 

Blijkbaar had Lucifer de enorme liefde in de gaten die God voor Adam en Eva had. God kwam iedere dag met hen samen in de koelte van de avond. Misschien had Hij na het scheppen van het hele universum en de triljarden dingen daarin best wel wat anders te doen, maar toch kwam Hij elke dag bij hen. Lucifer zag dat God zoveel van hen hield, dat hij de gok waagde op het feit dat God de gijzelaar niet zou doden. In zekere zin heeft hij vanaf die tijd Adam en Eva als schild gebruikt. Hij verschuilde zich achter hen en zei: ‘God, ze hebben mij deze autoriteit gegeven. Het was hun eigen keuze, ik heb ze niet gedwongen.’ Satan kwam niet met een mammoet aanzetten om zijn poot bovenop Eva’s hoofd te zetten, om haar zo te bedreigen en te intimideren. Hij kwam niet met geweld om hen te overmeesteren. Hij kwam met sluw bedrog en zij gaven zich uit eigen vrije wil aan hem over. Dit is de overtreding die plaatsvond in de hof van Eden. Daarbij gebruikte hij Adam en Eva als gijzelaar. Hij zei: ‘God, als je mij iets wilt aandoen, moet je eerst Adam en Eva vernietigen, ze hebben het uit eigen vrije wil gedaan.’ 

Vanwege Gods grote liefde voor de mensheid, geloof ik, dat God satan toeliet om de god van deze wereld te worden. In plaats van hem uit te roeien en helemaal van voren af aan te beginnen liet God toe, wat wij deden. Wij zijn op die manier degenen die satan ‘maakten.’ Wij zijn degenen die Lucifer toestonden om zijn engelenstatus te verlaten en tot zijn gevallen staat te komen en te heersen als de god van deze wereld. Van oorsprong was het de bedoeling dat wij als god over deze wereld zouden heersen. Wij waren de absolute heersers en beheersers van deze wereld, en de mensheid gaf haar heerschappij en autoriteit aan Lucifer. Feitelijk schiep God Lucifer, maar maakten Adam en Eva satan. Het is waarschijnlijk correct om te zeggen dat Adam en Eva satan schiepen. God had alles al gemaakt en geschapen, maar Adam en Eva maakten satan tot wie hij is; zij gaven hem hun autoriteit en macht. 

Hieronder volgen enkele van de toepassingen die hieruit voortvloeien. De meeste mensen denken dat satan een superieure kracht en macht gebruikt tegen de mensheid. De meeste mensen zien satan als dat enorme machtige wezen, die zóveel machtiger en sterker is, dan wie van ons ook. Laatst zag ik iets op televisie over een soort demonisch wezen. Ze toonden dit enorme, sterke en krachtige wezen en beeldden op die manier satan uit. Zo zien de meeste mensen, christen en niet-christenen, de duivel. Ze zien hem als een superieur wezen, véél machtiger en krachtiger in gezag en in macht. Maar als je in staat bent om te volgen wat ik hier zeg, is dit één van de uitwerkingen. 

Ik geloof dat satans macht als engel, toen hij nog Lucifer was, onmiddellijk ten einde kwam toen hij in overtreding kwam. Satan gebruikt helemaal geen superieure macht. De autoriteit en de macht die satan gebruikt is in feite de autoriteit en de macht die de mensheid van God ontvangen heeft, over deze aarde, een bijzonder belangrijke uitspraak. Dat betekent namelijk dat als wij de duivel weerstaan, en tegen hem vechten, dat satan helemaal geen superieure macht of kracht bezit tegen ons. Satan heeft totaal geen macht, geen enkele autoriteit van zichzelf. De macht en de autoriteit die hij gebruikt is feitelijk de macht en de autoriteit die God op de aarde aan mensen van vlees en bloed heeft gegeven. Hij is machteloos. Satan had helemaal geen macht. Zelfs onder het oude verbond had satan geen macht om mensen te beheersen en te controleren. Hij was afhankelijk van het gebruik van onze macht. En alleen maar omdat wij ons onderwerpen aan hem, kan satan iets uitrichten. Dit is een heel belangrijke stelling. 

Dit is een andere manier om het te stellen. In Lukas 5 staat het gedeelte waar Jezus demonen bij de bezeten man uitdrijft en de demonen zichzelf als legioen identificeren. Zie je dat deze demonen Jezus smeken: ‘Zend ons niet in de afgrond, maar stuur ons naar die kudde varkens.’ Jezus stond deze demonen toe om in de kudde varkens te varen. Er staat dat de kudde uit zo’n 2000 varkens bestond en toen de demonen daarin voeren, renden ze woest de steile helling af en verdronken in de zee. Varkens zijn heel wat slimmer dan een heleboel mensen! Mensen scheppen zelfs op over de demonische dingen die zij doen. Over hun homoseksuele levensstijl. Ze hebben gay-pride optochten en heffen banieren op, praten over hun demonisch bezeten dingen. Maar varkens, toen demonen in hen kwamen, maakten zichzelf van kant. Varkens zijn heel wat wijzer dan een heleboel mensen. 

Waar het mij hier om gaat is dit; de demonen smeekten Jezus om hen toe te staan in die varkens te gaan. Waarom vroegen ze dat? Vanwege de macht die satan tegen ons gebruikt. De macht die satan zelf gebruikt, alsook de duiveltjes/demonen die hij tegen ons inzet, is onze eigen kracht oftewel de macht die gegeven is aan fysieke wezens, aan mensen. Satan heeft nul komma niks engelachtige of geestelijke macht en zijn gezag komt volledig van mensen. De enige reden dat satan nog bestaat en in staat is iets te doen, is dat mensen met hem samenwerken. In feite zijn wij degenen die de duivel macht geven. En dat is de reden dat satan altijd en altijd op zoek is naar een lichaam om in te wonen. Omdat zelfs een varken méér gezag heeft dan een demon. 

Dit is nogal een statement! Een mier, een vlieg, een slak, een kever heeft nog meer macht op aarde dan satan heeft!!! Satan is absoluut onmachtig om ook maar iets te doen op aarde, tenzij hij een lichaam vindt dat bereid is met hem samen te werken. Dat is allemaal terug te voeren op het boek Genesis 1, toen God ons schiep. Hij is de bron en oorsprong van alle gezag. En die macht en autoriteit geeft eenvoudig het recht om die macht te mogen gebruiken. God gaf Adam en Eva het recht om macht toe te passen. Hier in Genesis 1:26-28 staat: ‘En God zei: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipende gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. En God zegende hen en God zei tot hen: Wees vruchtbaar en word talrijk; vervul de aarde en onderwerp haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt.’ 

Toen Hij zei ‘heers’ en ‘onderwerp’, zei Hij in feite: ‘Hier is Mijn macht, nu geef Ik jullie de autoriteit, het recht om Mijn macht te gebruiken, en alles wat Ik geschapen heb zal jullie gehoorzamen”. Op die manier heeft God deze wereld in elkaar gezet en de mensen tot wie Hij dit sprak hadden fysieke menselijke lichamen. God echter is geest, dat staat in Johannes 4:24. Satan is óók een geest, dat zien we in verschillende Bijbelgedeelten die spreken over ‘de geest die nu werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid’ en andere teksten die ik al eerder in deze serie heb gebruikt. Satan heeft geen fysiek lichaam en daarom is hij absoluut niet in staat om iemand te dwingen ook maar iets te doen. 

Dit is zó belangrijk, zoveel mensen, zelfs christenen, zien satan als een engelachtig wezen met goddelijke, bovennatuurlijke macht en gezag over mensen. Zij stellen zich voor dat satan komt en hen overweldigt. Satan is helemaal niet in staat om jou tot wat dan ook maar te dwingen. Hij verloor zijn engelachtige macht toen hij tegen God in opstand kwam. De enige macht en autoriteit waarmee hij kan functioneren is menselijke macht en menselijke autoriteit, en jouw medewerking is vereist wil hij ook maar iets kunnen doen in jouw leven.

Omdat dit waar is, is dit de reden - zoals ik reeds in deel 1 heb gesteld - waarom satan op de loer ligt. Hij gaat rond, zoekende wie hij kan verslinden. Hij heeft de macht of de autoriteit helemaal niet om jou te verslinden. In plaats daarvan ligt hij te loeren op mensen die stoppen met God te gehoorzamen en bereid zijn om hem te gehoorzamen. Mensen die willen toegeven aan lust, aan zonde, aan rebellie, aan strijd, na-ijver en onvergevingsgezindheid. En naar de mate waarin wij ons overgeven aan deze dingen, geven wij ons over aan de oorsprong van die zonde, namelijk aan satan, zegt Romeinen 6:16. Jij bent degene die hem macht geeft. Satan kan niet zomaar binnenkomen en iedereen te grazen nemen. Hij heeft medewerking nodig. Satan kan totaal niets tegen mij beginnen zonder mijn medewerking. En dat is een indrukwekkende stelling! 

De meeste mensen bekijken het helemaal niet op deze manier. Want als ze aan satan denken, hebben ze het concept dat hij in oorsprong geschapen was als een engelachtig wezen, en dat die engelen een grotere macht dan wij hebben. Maar ze hebben de autoriteit niet en de toestemming niet om die macht op aarde uit te oefenen. En dus gaan we er zonder meer vanuit dat satan deze superieure macht en autoriteit bezit. Mensen laten zich door dat denken intimideren. Maar satan verloor alle engelachtige macht toen hij in opstand kwam en zijn autoriteit is volkomen afhankelijk van ons omdat wij degenen zijn die een fysiek lichaam hebben. God bracht de aarde, en alles wat hier gebeurt, onder autoriteit van fysieke menselijke wezens. En zonder een fysiek lichaam is satan volkomen machteloos, tenzij wij hem macht verlenen door aan hem toe te geven, doordat wij gaan zwelgen in zijn lust, zijn leugens, zijn boosheid, zijn bitterheid, etc… 

Dat is wat er aan de hand is. Dat is ook de reden waarom onze handelingen zo belangrijk zijn, want dit fysieke lichaam is het ding dat je hier op aarde je autoriteit schenkt. Weet je dat Paulus vandaag de dag geen enkele macht of invloed op mensen heeft? Waarom? Hij is nog steeds levend, want mensen houden niet op te bestaan. Paulus bestaat nog steeds, maar Paulus heeft niet langer de beschikking over een fysiek lichaam. De enige invloed die Paulus vandaag de dag heeft, zijn de geschriften die hij heeft achtergelaten, die wij kunnen lezen. En op die manier kan hij dingen beïnvloeden. Maar Paulus heeft niet langer de autoriteit en de mogelijkheid om op aarde te functioneren, omdat hij geen fysiek lichaam meer heeft. Ik heb een lichaam en daardoor meer autoriteit en macht op deze aarde dan de apostel Paulus nu op dit moment, omdat hij zijn ‘aard’ pak kwijt is. Dit ‘aard’-pak is wat mij kracht geeft en mij deze autoriteit verschaft. En satan kan totaal niets zonder de medewerking van iemand met een ‘aard’-pak die meewerkt door aan hem toe te geven. Dat is de reden waarom hij voortdurend wedijvert om jouw hart en jou probeert tot overgave te krijgen door middel van woede, vrees, gekwetstheid, pijn, depressie. Allemaal dat soort dingen. 

De reden dat hij dat doet is deze. Iedere keer als jij afwijkt van wat Gods Woord zegt, terwijl je Zijn bekwaamheid ontvangt, en dan handelt in overeenstemming met wat satan probeert te doen, geef je hem jouw autoriteit en kracht. Satan kan alleen maar functioneren als mensen zich aan hem blijven onderwerpen door middel van zijn leugens en bedrog. 

Het is triest te moeten constateren dat één van zijn wapens tot dit bedrog de kerk is. De kerk heeft onderwezen dat satan een superieure macht is. Dat is hij helemaal niet. In feite gebruikt satan niets anders dan menselijke kracht en menselijk gezag. Hij heeft onze medewerking nodig om te kunnen werken. Zeg ik daarmee dat hij geen factor van betekenis is? Ja, dat is hij wel degelijk, er zijn zoveel mensen op deze aardbodem die zich aan hem overgeven. Mensen die functioneren in seksuele immoraliteit, lust, leugens, pijn, angst en dergelijke. Iedere keer dat wij toegeven aan één van deze negatieve dingen, geven wij de duivel macht. Er zijn vandaag de dag zoveel miljoenen mensen die aan satan toegeven. Daarom is hij wel degelijk een factor. Er moet wel degelijk met hem worden afgerekend. Maar voor zover het mijn leven betreft, is satan individueel totaal niet in staat om buiten mijn medewerking ook maar iets te doen. 

Begrijp en erken dat de macht en de autoriteit die satan gebruikt de menselijke macht is, de macht die God aan jou en mij gegeven heeft, aan de mens met een lichaam van vlees en bloed, om te heersen en te regeren over de aarde. Dat plaatst alles in een volkomen ander perspectief. In plaats van me te laten intimideren door satan heb ik alle vrijmoedigheid tegenover hem. Ik weet heus wel dat hij bestaat, ik neem het niet voor kennisgeving aan. Ik ben me bewust dat als ik mijzelf begin over te geven aan verkeerde dingen - in mijn handelingen, in mijn spreken, in mijn emoties - dat wanneer ik mij overgeef aan negatieve emoties en de duivel de kans geef daar misbruik van te maken, hij binnenkomt, de kaas van mijn brood eet met mijn boterhammen erbij. Daar ben ik absoluut van overtuigd.

Ik ben helemaal niet onwetend van de trucs van de duivel. Ik ben ook niet passief ten opzichte van hem. Ik weersta hem, maar ik ben totaal niet bang voor hem. Ik besef dat het enige wat hij doet, is mij aanvallen met mijn eigen menselijke autoriteit en macht.

Laten we nog eens terugkeren naar Efeziërs 6:10-11, waar staat: ‘Voorts, wees krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht. Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels;’ Het woord, hier vertaald met ‘verleidingen’ betekent letterlijk listen, sluw bedrog, afleidingen. De enige macht van satan is bedrog. Hij heeft geen kracht om jou ook maar wat dan ook te laten doen. Satan kan je absoluut niet dwingen tot zondigen. 

Voortdurend komen er mensen naar me toe die zeggen: ‘Ik wil helemaal niet seksueel zondigen, maar ik heb de kracht niet om me te verzetten, satan is sterker dan ik.’ Dat is helemaal niet waar. Satan heeft nóch de kracht, nóch het gezag om jou ook maar tot iets te dwingen. Het probleem is, dat hij een meesterlijke leugenaar is. Hij is meesterlijk in intimidatie, bedrog en misleiding. Het is allemaal misleiding. En als wij de waarheid niet kennen, als wij niet weten wie we zijn, en de macht die wij bezitten, dan zijn wij degenen die satan de kracht en de mogelijkheid geven om te heersen en te domineren in ons leven. Dat kun je breken. 

Ik sprak eens met een vrouw op onze Bijbelschool. Zij had een gebied in haar leven waarin zij toegaf: ‘Ik wéét dat ik op dit gebied fout zit. Er zit iets in mij, het lijkt een soort rebellie en ik wil er serieus mee breken, maar iets in mij wil dit blijven doen. Het lijkt wel of ik het gewoon niet kan overwinnen.’ Ik zei tegen haar: ‘Dit is de manier waarop je dat moet doen. Dóe datgene waarvan je weet dat je het zou moeten doen, maar waar je geen zin in hebt. Doe het gewoon, iedere dag.’ Ze zei: ‘Maar ik heb daar gewoon geen zin in.’ En ik zei: ‘als je gewóón begint God te gehoorzamen en je handelingen overgeeft aan God, dan zal dat God de gelegenheid geven om sterker te worden in jou. Als je stopt met de duivel te gehoorzamen en je lichaam aan hem over te geven, dan zul je de duivel verzwakken.’ 

Dat is de manier waarop de Bijbel zegt dat je weerstand moet bieden aan de listen en de misleidingen van de duivel. Satan is er op uit om je te misleiden. En vandaag de dag heeft hij daar een makkie aan, met alle hulp en ondersteuning die hij krijgt van mensen. De radio- en tv-golven hangen gewoon propvol met leugens, onwaarheden, dingen die lust en immoraliteit opwekken. Ze geven ideeën en suggesties om dingen te doen, waarvan God nooit wilde dat je ze zou doen. En ik zeg je, dat als je aan die dingen toegeeft, dat jij degene bent die de duivel kracht geeft om binnen te komen om in je leven verwoesting aan te richten. 

Dus, God is Geest, dat staat in Johannes 4:24 ‘God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid.’ God is dus een geest en satan is een geest. Ik ga hier iets zeggen dat sommigen onder jullie zal shockeren. God gaf de controle, de heerschappij, de macht over de aarde in handen van fysieke menselijke wezens. En omdat God een geest is, zou Hij onrechtvaardig zijn als Hij, omdat de mensheid op een foute manier met dat gezag en autoriteit omgaat, naar beneden zou komen om in te grijpen in menselijke zaken en zodoende de hele santenkraam recht zetten. Vanwege het feit dat God geest is. 

God had de autoriteit niet meer om alles recht te zetten. God had en heeft, technisch gezien, wel de macht en het vermogen om dat te doen. Als Rechter, als Oordeler heeft Hij alle recht en vermogen om te zeggen: ‘O.k., Ik ben het zat, Ik accepteer deze troep niet meer, Ik roei het hele menselijke ras uit en begin opnieuw.’ God zou dat kunnen doen. In zekere zin kwam Hij bij de zondvloed heel dicht bij deze oplossing. Maar buiten het volkomen oordeel, als Hij zou ingrijpen en de dingen zoals ze gaan zou veranderen, heeft Hij als geest niet het gezag om dat te doen. Hij had het recht en het gezag om de aarde te onderwerpen en erover te heersen overgegeven aan mensen. En zelfs al gebruikten ze dat op een manier die tegengesteld was aan Zijn bedoeling, zou Hij onrechtvaardig zijn, ontrouw aan Zijn eigen Woord, als Hij was gekomen om deze dingen recht te zetten. 

Voor diegenen die dit horen en nu verder denken in deze logica zal het een enorme hulp zijn. Want dit is precies de reden waarom God MENS moest worden!!!! Dit is precies de reden dat God Zijn Zoon, de Heer Jezus naar de aarde moest sturen. Dat heeft alles te maken met deze gezagskwestie. De autoriteit was aan mensen met fysieke, menselijke lichamen gegeven. God had geen fysiek menselijk lichaam en daarom kon Hij niet vrijelijk en onbeperkt opereren op aarde. Daarom moest Hij mens worden, daarom moest Jezus een fysiek persoon worden, opdat Hij gezag kon krijgen op aarde. 

Ik weet niet of je deze denktrant kunt volgen, ik vraag me altijd dit soort dingen af. Ik stel vragen als: ‘God, waarom heeft U ingesteld dat Jezus onze zonden moest dragen, waarom moest Hij sterven voor onze zonden? Had U niet gewoon de mensen op een andere manier kunnen redden?’ En het antwoord dat ik daar op kreeg was, ‘Nee, dat kon niet’, omdat God een fysiek lichaam nodig had. Daarom was God beperkt in de dingen die Hij kon doen, totdat Hij een fysiek lichaam kreeg. God probeerde wel door mensen heen te werken. De Bijbel zegt dat de Heer zocht naar iemand en verbijsterd was, dat er geen voorbidder was om op de bres te staan. Daarom zou Zijn eigen arm verlossing brengen. 

In feite zegt God dat Hij gezocht heeft, maar dat iedereen verdorven was. Iedereen was misleid door de duivel en onder de macht van satan en daardoor was er helemaal niemand die zondeloos en puur was en in staat om Gods volledige gerechtigheid naar de aarde te brengen. Daarom was de enige oplossing dat God Zelf de aarde moest komen redden. Maar hoe kon Hij dat doen? Want Hij had de controle over de aarde overgedragen aan mensen. De manier waarop Hij dat deed was door zélf mens te worden. God nam zélf een lichaam aan van vlees en bloed, en perkte Zichzelf in, in een fysiek lichaam. En dat is werkelijk ontzagwekkend. 

Ik heb hier een aparte onderwijsserie over, getiteld: ‘Lessen uit het Kerstverhaal.’ Eén van de tapes daarvan heet: ‘Gods Woord, het onvergankelijke zaad.’ Daar wordt gesproken over dit gezag en hoe God het lichaam van Adam tot bestaan moest spréken. En dat deed Hij toen Hij nog absolute autoriteit en controle had over de aarde. Hoe Hij de hele wereld tot bestaan ‘sprak.’ Hij moest ook Adam en Eva’s lichamen tot bestaan ‘spreken.’ Hij zei: ‘Laat ons mensen maken….’ Hij sprák het. Dat is de manier waarop God in de allereerste plaats schiep. Hij sprak woorden. En nadat Hij Adam en Eva had geschapen, sprák Hij woorden en gaf hen autoriteit en heerschappij over de aarde. Door dat te doen, perkte Hij Zijn gezag in. Toen de mens zichzelf bedierf en de boel aan satan uitleverde zodat die de god van deze wereld werd, had God niet langer de controle over alles. 

Hij had niet de absolute heerschappij of controle omdat Hij deze aan de mensen gegeven had. En daarom kon Hij niet op eigen houtje het fysieke lichaam van Jezus tot bestaan spreken. God moest dus tot de geesten van mensen spreken, de geest die in mensen woont. En zij moesten die woorden aannemen en ze uitspreken. Er was 4000 jaar nodig, voor de Heer genoeg mensen bij elkaar had gevonden, die net genoeg geloof konden opbrengen om de dingen uit te spreken die gesproken moesten worden om het lichaam van Jezus te kunnen bereiden. Dit is ontzagwekkend! Hij sprak al deze profetieën, totdat eindelijk Jesaja er was en uitsprak: ‘Zie, de maagd zal zwanger worden.’ Je kunt je niet voorstellen hoe vaak God mensen gezocht heeft die dat wilden zeggen. Maar er zijn niet veel profeten die zullen gaan staan en uitspreken: ‘Een maagd zal een kind voortbrengen.’ Om dat te zeggen was heel veel geloof nodig! De Heer had 4000 jaar nodig om mensen te vinden die al deze dingen zouden uitspreken over de Heer Jezus. 

Toen dan eindelijk de engel verscheen aan Maria, sprak deze tot haar wat er zou gebeuren. En zij vernederde zich en zei: ‘Mij geschiede overeenkomstig uw woord.’ De engel gebruikte deze profetieën, de gesproken woorden van God, en het woord kwam Maria’s schoot binnen en het WOORD werd vlees en heeft onder ons gewoond. God schiep het fysieke lichaam waar Jezus in kon wonen door over een periode van 4000 jaar woorden uit te spreken door middel van gezalfde mensen. En die woorden gingen de schoot van Maria binnen en zó vond de conceptie van Jezus plaats. Daarom had Hij autoriteit op deze aarde om de dingen te doen die Hij deed. Nu had satan een probleem. 

God had altijd wel de kracht, maar het gezag had Hij aan fysieke mensen overgedragen. En omdat Johannes 4:24 zegt dat God geest is, heeft God in zekere zin Zijn vermogen ingeperkt om in te grijpen in zaken van mensen, omdat Hij geen fysiek lichaam had. Toen de mens zich afwendde en dit gezag overgaf aan de duivel, begon satan het menselijke ras te onderdrukken. God wilde ons verlossen maar had daarvoor een fysiek menselijk wezen nodig. Iemand met een fysiek lichaam hier op aarde, zodat deze macht had en erop uit kon gaan om de strijd aan te binden met de duivel. 

Je kunt het vergelijken met het zitten onder een paraplu. De paraplu schermt je af van de regen die valt. De regen is er wel, maar kan niet bij je komen. Satan kroop toen hij tegen God rebelleerde onder het gezag van de mensen. Dat gebruikte satan. Hij bedroog de mensen, die gaven zichzelf aan hem over, en daarom functioneerde dat gezag, de menselijke autoriteit, als een schild dat God verhinderde om de duivel aan te pakken en hem te ontdoen van al deze macht. Hij school onder deze paraplu, omdat God had gezegd dat Hij de autoriteit en het gezag exclusief aan mensen met een fysiek lichaam op aarde had gegeven. En dat is dus de reden waarom Jezus mens moest worden. 

Hier zie je, hoe Jezus dit met Zijn eigen woorden weergeeft in Johannes 5:26-27 ‘Zoals de Vader leven heeft in zichzelf, zo heeft ook de Zoon leven in Zichzelf; dat heeft de Vader Hem gegeven. En omdat Hij de Mensenzoon is, heeft Hij Hem ook gezag gegeven om het oordeel te vellen.’ De reden dat Hij gezag had om oordeel te vellen is OMDAT Hij de Mensenzoon was. Nu worden zowel de termen Mensenzoon als de Zoon van God gebruikt om Jezus aan te duiden. Maar als je dit bestudeert, zul je ontdekken dat wanneer ‘Mensenzoon’ of ‘Zoon des mensen’ wordt gebruikt, dit verwijst naar de fysieke, menselijke kant van Jezus. Als de term ‘Zoon van God’ wordt gebruikt, verwijst dit naar de goddelijkheid, de almachtige tegenwoordigheid van God die in het lichaam van Jezus woonde. 

Jezus bestond al vóór de wereld begon. Dat toont de Bijbel aan in Kolossenzen waar staat dat Jezus alle dingen geschapen heeft. Jezus was God, geopenbaard of gemanifesteerd in het vlees, volgens 1 Timoteüs 3:16. Jezus was dus God, maar Hij was ook mens; Hij was de God-mens. En met deze term ‘Zoon des mensen’ of ‘Mensenzoon’, verwijs je naar Zijn menselijke kant. Als Jezus dus zegt dat de Vader Hem gezag heeft gegeven om oordeel te vellen OMDAT Hij de Mensenzoon is, verwijst Hij rechtstreeks naar het feit dat Hij een fysiek menselijk lichaam had, dat gaf Hem autoriteit. Als Schepper had Hij altijd kracht, maar Hij had niet de autoriteit om die te gebruiken. 

Nogmaals, voor sommigen van ons is dit heel moeilijk te begrijpen, omdat wij ons niet aan regels houden. Mensen zeggen dat ze dit of dat zullen doen, maar als het hen niet uitkomt, breken ze gewoon hun woord. Ze schenden hun eigen woord. Mensen zijn gewoon niet integer en houden zich niet aan dit soort dingen. Maar God breekt nooit of te nimmer Zijn Woord. Toen Hij de mensheid zei: ‘Jullie hebben gezag en heerschappij’, perkte Hij daarmee Zijn gezag over de aarde in, door die macht aan ons te geven. 

Op een keer gaf ik een auto aan één van mijn werknemers die bezig was God voor een auto te geloven terwijl ik God geloofde voor een betere auto. Ik kreeg een betere auto en gaf mijn oude auto aan hem. Het was een hele fijne auto van twee jaar oud. Toen ik hem kreeg was hij gloednieuw. Ik gaf de auto als gift om tot zegen te zijn. Ik ondertekende de vrijwaring en daarmee was het zijn auto. Een jaar later kwam deze man naar mij toe en vroeg me of ik het goed vond dat hij die auto zou verkopen en inruilen voor een betere. Ik zei hem: ‘Doe wat je wilt, het is jouw auto, niet de mijne.’ Nog steeds had hij een vaag gevoel dat hij mijn toestemming nodig had, maar dat was natuurlijk onzin. Wettelijk had ik hem die auto gegeven, het was zijn auto. Bij wijze van spreken zou hij de auto voor 10 euro aan de weg te koop kunnen zetten of met een voorhamer bewerken. Allemaal zijn keus. Ik geloof dat dát integriteit is. Als ik iemand een auto geef, de vrijwaring teken en zeg: ‘’Hij is van jou’ en ik kom er later achter dat hij er een paar klappen met de voorhamer op gegeven heeft en de auto voor 10 euro heeft verkocht, is dat niet de bedoeling van mijn gift geweest. Maar ik gaf de auto werkelijk aan hem, zonder voorwaarden, en het zou onjuist zijn als ik me er nu mee zou gaan bemoeien of er iets van zou zeggen. Dat gaat mij niets aan, de auto is van hem en hij heeft er de volledige zeggenschap over, het absolute gezag. 

Zo heeft God de autoriteit over de aarde aan ons gegeven. Wij zouden zeggen: ‘Ho stop, afgelopen uit. We gaan weer van voren af aan beginnen.’ Maar God is helemaal niet zo. God is integer. Dat is de reden dat er 4000 jaar nodig was voordat Jezus op het toneel kon verschijnen en de zaken recht kon trekken. Dat kwam omdat God geest is en niet kon ingrijpen in de zaken van mensen. Hij had de heerschappij en de autoriteit over deze aarde aan fysieke menselijke wezens gegeven. En daarom was God Zelf ingeperkt totdat Hij een fysiek menselijk wezen werd. Hij bewoonde nu een fysiek lichaam en toen kwam de duivel in de problemen. 

In zekere zin had de duivel Adam en Eva als gijzelaars gebruikt; ‘God, als je iets tegen mij doet, moet je Adam en Eva aanpakken, dan moet je deze mensen die jij geschapen hebt vernietigen.’ Maar nu werd Jezus één van de gijzelaars. Jezus werd een fysiek menselijk wezen. Hij ging als zodanig het koninkrijk van de duivel binnen en verpletterde satan. Jezus nam alle macht uit zijn handen en satan is nu gereduceerd tot een nul zonder randje. Hij heeft helemaal, maar dan ook helemaal geen enkele kracht of autoriteit over ons. Het enige wat satan kan doen is ons verleiden. En als wij aan hem toegeven, doen wij hetzelfde als Adam, dan geven wij toe. Wij geven hem onze menselijke macht en autoriteit. Zonder jouw instemming, zonder jouw medewerking, kan satan je totaal niets aandoen.

Dit gaat regelrecht in tegen zoveel wat de kerk leert. De meeste mensen geloven dat satan een indrukwekkende macht is, waar rekening mee moet worden gehouden. Ik geloof wel dat hij bestaat, en jazeker, ik geloof dat je onwetend kunt zijn van zijn trucs, zoals de Bijbel zegt. We moeten natuurlijk weten en beseffen wat er gaande is, maar je hoeft hem echt niet te vrezen. Satan is iemand van wie je je bewust moet zijn, en je moet leren hoe je hem moet weerstaan. Maar hij kan helemaal niets doen zonder je toestemming of je medewerking. 

Het begrijpen van deze dingen heeft mij een enorm voordeel op de duivel gegeven! Nu erken ik dat wanneer ik niet wil, als ik een gevoel krijg of een trek ervaar of de neiging, de lust of de begeerte heb naar een bepaalde kant, dat ik dan met mijn fysieke lichaam, mijn lijf dus, moet stoppen met toe te geven aan satan die mij die richting probeert op te trekken, meer eigenlijk niet. Ik gebruik mijn lijf óók om precies de andere kant op te gaan. En wat ik met mijn lijf doe, zet òf de kracht van God vrij, òf de kracht van de duivel. 

Laat me een voorbeeld geven om duidelijk te maken waar ik het over heb. Toen Jamie en ik met onze bediening begonnen deed ik klusjes om de rekeningen te kunnen betalen. Wij hadden dat geld hard nodig, wij zaten behoorlijk zwaar. Op een dag kwam ik thuis van een schilderklus en was zó ziek, dat ik nauwelijks op mijn benen kon blijven staan. Ik wilde alleen nog maar liggen. Ik sleepte me naar de bank en ging liggen, terwijl Jamie een lunch aan het bereiden was. Op een gegeven moment kwam zij binnen en vroeg wat ik aan het doen was. Ik zei: ‘Oh, ik voel me zo ziek, voor mij even geen eten.’ Nu hadden wij zelf onderwijs gegeven over hoe je je lichaam moet gebruiken om te stoppen met toegeven aan de duivel. Stop ermee samen te werken met hem en doe precies het tegenovergestelde van waar je zin in hebt om te doen. Bied weerstand, vecht ertegen met je lijfelijke handelingen. Ik voelde dat ik alleen maar op de bank wilde liggen. Maar Jamie trok mij van de bank af, legde mijn arm over haar schouder en begon me door het huis heen te slepen. Onderwijl zeggend: ‘We hebben dat geld nodig. Je moet weer aan het werk. Je bent genezen.’ Ze dwong me op te staan en mezelf genezen te gedragen. Ze dwong me eenvoudig dat te doen. En het goede nieuws is: binnen tien minuten was ik er doorheen! Gezond en wel ging ik weer aan het werk en kregen wij die dag loon. 

Ik heb dit moeten leren. Zo was er ook dat ongelukje dat mij overkwam op de dag voordat ik in de bediening zou worden aangesteld. Ik opende mijn garagedeur en hoe het kan weet ik niet, maar die deur brak af en sloeg tegen mijn rug aan, waarna ik met een vlammende pijn tegen de grond stortte. Mijn zoon Joshua, ruim één jaar oud, was bij me in de buurt en ik riep, ‘Joshua, ga mama halen.’ Maar hij bleef lekker zitten brabbelen. Uiteindelijk stond hij op, ging het huis in en lokte Jamie naar buiten. Toen zij buiten kwam, zag ze mij daar liggen. Het deed zo gruwelijk zeer, dat ik alleen maar kon fluisteren: ‘Mijn rug.’ Zij zei: ‘Sta op’, trok mij overeind, bad voor me en zei tegen me: ‘Nu moet je handelen naar het Woord van God.’ Ook nu weer hadden we keihard nodig dat ik aan het werk ging. Zij gaf me geen millimeter ruimte. Om een lang verhaal kort te maken, toen ik aan de gang ging met mijn lijf was dat heel pittig, mijn schouders zaten helemaal in elkaar. De schouderbladen in mijn rug raakten elkaar aan en ik voelde een enorme doordringende pijn. Maar uiteindelijk kwam ik zover dat ik tegen het eind van die dag allerlei oefeningen kon doen: opduwen, hurken en allerlei dingen waarvan ik het gevoel had dat ik ze niet kon of wilde doen. Op die manier kreeg ik mijn bewegingsvermogen terug, maar mijn schouders zaten nog steeds naar achteren getrokken. En zo ging ik die avond naar bed. De volgende dag was de dag dat ik aangesteld zou worden. Ik bleef strijden tegen dat ding en vlak voordat ik die dienst inging zei ik: ‘Ik ga als genezen handelen, ik ga naar binnen en ik krijg mijn aanstelling.’ Tegen de tijd dat ik vooraan arriveerde wàs ik genezen. Prijs de Heer! Maar mijn handelingen waren een zeer belangrijk onderdeel van die genezing. 

Je kunt niet in bed liggen, je ziek gedragen en tegelijkertijd de bovennatuurlijke kracht van God vrijzetten. God is geest en Hij gaf de controle over de aarde aan mensen. En dat beperkte Zijn heerschappij. Ik weet dat dit voor sommigen heel aanstootgevend is. Ik hoor hen zeggen: ‘Wat jij durft te zeggen, dat God op wat voor manier of wijze beperkt zou zijn, kan ik niet geloven.’ Laat me je dan nog één Schriftgedeelte tonen: Psalm 78:41 ‘Want zij kwamen alweer, en verzochten God, en stelden de Heilige Israëls een perk’ [Statenvertaling]. Hier is een Schriftuurlijke onderbouwing waarop je kunt stellen dat het mogelijk is om God te beperken. 

Er wordt op zoveel manieren exact hetzelfde gezegd. In het zesde hoofdstuk van Marcus ging Jezus naar Zijn vaderstad en daar staat dat Hij geen grote tekenen kon doen. Er staat daar niet dat Hij ze niet wilde doen, maar dat Hij ze niet kon doen vanwege hun ongeloof. De Heer heeft de medewerking van mensen nodig om Zijn kracht in hun leven te kunnen vrijzetten. Dit is een slag in het gezicht van sommige mensen die beweren dat God alles onder controle heeft, dat Hij te allen tijde onbeperkt is. Hij is niet beperkt in de zin dat Hij niet de macht zou hebben, maar Hij gaf de autoriteit en de heerschappij over de aarde aan fysieke mensen. En vanwege Zijn integriteit zal Hij Zijn Woord niet schenden. Dus het is daarmee juist om te stellen dat Hij Zijn soevereiniteit inperkte. Hij beperkte Zelf Zijn mogelijkheid tot ingrijpen. En totdat Hij een fysiek menselijk wezen werd, had Hij het gezag niet om naar de aarde te komen om de chaos op te ruimen die de mens ervan gemaakt had. Daarom moest Jezus vlees worden en onder ons komen wonen. Hij moest een mensenlichaam hebben om autoriteit uit te mogen oefenen en dat is precies wat Hij zegt in Johannes 5:27, dat God de Vader Hem gezag had gegeven om te oordelen, omdat Hij de Mensenzoon is, verwijzend naar Zijn menselijke kant, Zijn fysieke lichaam. 

God werkt dus Zelf binnen de grenzen van deze gezagswetten. Hij zal deze wetten niet schenden. Soms heb ik het gevoel dat ik mijn inspanningen verspil om dit punt uit te leggen, omdat wij tegenwoordig in een cultuur leven waarin autoriteit niet veel voorstelt. Mensen vertikken het in principe om gezag te erkennen. Ze doen alleen wat ze gedwongen of verplicht zijn te doen, maar daarmee erkennen zij nog geen gezag. Er zijn mensen die dat continu schenden. En nogmaals, ik besef dat dit verkeerd kan worden opgevat of op een verkeerde manier uitgelegd, het is niet mijn bedoeling kritisch of cynisch te zijn. Maar over het geheel genomen heeft de jongere generatie minder respect voor autoriteit dan de oudere generatie. De jonge generatie is opgegroeid in een tijd waarin je alles overtreedt wat er maar te overtreden valt, alles te doen waarmee je denkt weg te kunnen komen. Onlangs hoorde ik op de radio dat de meerderheid van de studenten spiekt bij een examen en daar helemaal niets verkeerd in ziet. Ze zijn absoluut niet onderworpen aan gezag. Zij denken dat zolang je niet betrapt wordt er niets aan de hand is. 

Maar dat is helemaal niet zo. Alle dingen in het leven zijn op autoriteit gebaseerd. Echt waar. Dat onderwijs ik aan mijn studenten op de Bijbelschool. En ik vertel hen dat je het recht om in iemands leven te mogen spreken moet verdienen. Je zult hun respect moeten verwerven. En ik geloof dat dit op ieder niveau van toepassing is. Ik geloof dat dit één van de redenen is, dat evangelisatie zo’n weerzin heeft opgewekt. Mensen komen op je af, drukken een traktaat onder je neus en zeggen: ‘Je gaat naar de hel als je je niet bekeert.’ Daarbij proberen ze die mensen zover te krijgen dat ze aan hen toegeven. Maar het respect van die persoon hebben ze niet verworven. Ze hebben zich niet eens voorgesteld. Zelfs normale beleefdheid hebben ze niet in acht genomen om op iemand af te gaan en te vragen ´Hoe gaat het met je, hoe is je dag´enz. Ze komen op je af en steken gelijk van wal. Naar mijn idee absoluut verkeerd. Ik heb het ook meegemaakt dat mensen op die manier op mij afkwamen. Zo kwam eens een kerel op me af die op mijn vrouw begon af te geven vanwege de manier waarop zij gekleed ging. En ‘als jij echt een man van God was, zou je dit recht zetten, je zou dit en dat doen.’ Hij begon mij zijn mening op te dringen over hoe hij vond dat Jamie gekleed moest gaan. Nu kennen de meesten van jullie mijn vrouw niet, zij houdt er helemaal niet van om voor een camera te staan, maar ik kan je verzekeren dat mijn vrouw zeer fatsoenlijk gekleed gaat. Zij heeft nog nooit iets ongepast gedaan. Op de manier waarop zij gekleed gaat is absoluut niets aan te merken. Deze kerel had het erover dat ze iets van goud droeg, want behalve haar gouden trouwring droeg ze nog een sieraad. Verder had ze wat make-up opgedaan. Dat stond daar te schelden en ging me daar tekeer tegen mijn vrouw. Ik onderbrak dit hele gedoe en zei: ‘Wie denk jij wel dat je bent.’ Toen noemde hij mij zijn naam. ‘Nee’, zei ik, ‘dat bedoel ik niet, ik bedoel, wie geeft jou het recht en de autoriteit voor zoiets. Jij hebt geen autoriteit, geen gezag over mijn vrouw. God heeft jou na het sterven van Jezus niet als plaatsvervanger aangesteld. Jij bent helemaal niets. Jouw mening interesseert me ook totaal niet.’ De man was diep beledigd. Hoe durf jij zo tegen mij te spreken. Maar de manier waarop ik het zag was: hij valt mij aan, begint tegen mij tekeer te gaan en vertelt mij wat ik moet doen. Dan reageer ik op gelijke wijze en vertel hem: ‘Kerel, jij hebt niets te vertellen over mijn leven, jouw mening interesseert mij geen moer.’ 

Ik weet dat sommige mensen hier aanstoot aan nemen, maar zo eenvoudig is het. Ik zal nooit bij de president van de VS naar binnen lopen en hem vertellen wat hij moet doen. Dat is niet omdat ik mij minder waard acht en ook niet omdat ik denk dat God mij geen mening heeft gegeven. Ik ben van bepaalde dingen echt wel op de hoogte. Ik geloof dat ik bepaalde normen en waarden heb die kunnen helpen. Bepaalde dingen zou ik kunnen aangeven, maar dat recht zal ik moeten verdienen. De president zou erom moeten vragen. Ik ben zijn meerdere niet. 

Dat zou hetzelfde zijn als iemand die in een bedrijf de postkamer beheert. Hij kan best bepaalde ideeën hebben over het werk, maar hij gaat niet naar de directeur om hem de les lezen over wat hij zou moeten doen. Je hoort onder gezag te kunnen staan. Een goede directeur zal het geven van een mening aanmoedigen. Hij kan medewerkers benaderen met de vraag wat zij ervan vinden. Maar dat is vrijwillig. Je hebt niet het recht en ook niet de autoriteit om zomaar op iemand af te stappen. 

Ik haal het niet in mijn hoofd om op televisiepredikers af te stappen, hen te bestraffen en allerlei dingen onder hun neus te wrijven. Ik heb er meegemaakt die er 100% naast zaten. Nu heb ik openbaring over het Woord en zou ze iets kunnen leren, maar ik respecteer hen. Ik ben hun meerdere niet en zij hoeven mij geen verantwoording af te leggen. Wij hebben niet dat soort relatie opgebouwd. Zoiets zal ik dus nooit doen. 

Bijna dagelijks kom ik wel iemand tegen die zichzelf beschouwt als de officiële standaard voor wat juist en verkeerd is en mij aan de ene kant ophemelt en aan de andere kant afkraakt. Maar ze hebben nog nooit aan iemand getuigd over de Heer; nog nooit iemand genezen; iemand vrijgemaakt; ze hebben nog nooit iets gepresteerd en toch denken ze dat ze alles weten. Weet je, als je maar iets begrijpt van autoriteit en gezag, kun je dat soort misstanden stoppen. 

Het recht om in te spreken in iemands leven moet je verdienen. Dat heb ik mijn studenten eerder verteld. Ik weet dat er dingen gaande zijn en dat er soms problemen zijn. Maar als die problemen buiten de school liggen en jij bent niet naar mij toegekomen, je hebt me niet in vertrouwen genomen - zodat ik het gevoel heb dat je je voor me openstelt en mij de vrijheid geeft om te spreken - zal ik niet op je af stappen en je die dingen vertellen. Omdat dat niet mijn positie is. Het gaat mij niets aan. Ik spreek over dingen die invloed hebben op de deelnemers van de Bijbelschool, maar ik ga mijn neus niet in hun privéleven steken. 

Sommige mensen vinden dat verkeerd en denken dat je dat wel zou moeten doen. Maar ik denk dat het verkeerd is om je te bemoeien met aangelegenheden van andere mensen. Het komt allemaal neer op autoriteit en God is een God van autoriteit. Hij heeft structuur ontworpen en Hij gaat die situatie niet doorkruisen. Als ik werknemers heb die problemen hebben met hun leidinggevende, zeg ik ze dat ze met die leidinggevende moeten gaan praten. Ga dat niet uit de weg, kom niet naar mij toe om te proberen hun mening te beïnvloeden. Erover praten werkt veel beter. Zo is God ook, Hij heeft gezag ingesteld en wij moeten dat erkennen. 

God gehoorzaamt hier Zelf ook aan. Hij bemoeide Zich niet met de zaken van de mensen, totdat Hij Zelf mens werd. Totdat Hij Zelf de vorm van vlees aannam. Toen had Hij het gezag om de duivel aan te pakken. Dat is goed nieuws! Begrijp dat satan zijn gezag niet rechtstreeks van God kreeg, dat de macht die hij heeft, helemaal geen superieure engelachtige macht over het menselijk ras is. Hij was volkomen ontdaan van al zijn engelachtige macht en autoriteit. En de macht en de autoriteit die satan gebruikt om over deze wereld te heersen is de autoriteit van de mensheid, God heeft die aan ons gegeven. Satan kan zonder jouw toestemming en medewerking totaal niets doen in jouw leven. Wat een waarheid! Alhoewel je dit begrijpt, plaatst het satan op een niveau waarop hij nog steeds een bedreiging is, omdat hij wel degelijk de macht heeft om tegen jou te liegen. Hij is een meester-bedrieger, dus je moet de waarheid kennen en waakzaam zijn. Maar hij is geen superieure vijand. Dat zorgt ervoor dat ik denk: ‘Zo, deze strijd ga ik winnen’ ‘Ik geloof dat ik de macht en de autoriteit die God mij heeft gegeven kan gebruiken om de duivel aan te pakken.’ 

Ik ben niet langer bang voor hem. Hoewel niet onbekend met hem, ben ik niet bang voor hem. En daarom heb ik sommige ontzagwekkende dingen zien gebeuren. Alleen maar door te erkennen dat satan verslagen is. 

Ik kan me herinneren dat er een tijd was dat ik erachter kwam dat satan bestond. Ik had een typisch Amerikaanse opvoeding en realiseerde me totaal niet dat er demonen bestonden. Ik had er wel over gehoord en over gelezen in de Bijbel, maar heel onbevangen dacht ik dat alle demonen ergens ver weg in Afrika zaten. Dat hier demonen zaten kwam niet in me op, ik kon me totaal niet voorstellen dat we in ons fysieke zelf demonen tegen konden komen. Maar toen ik eenmaal volledig tot de Heer kwam en begon te zien dat het echt was, net zo reëel als 2000 jaar geleden, begon ik te beseffen dat heel veel dingen demonisch zijn. Heel veel ziekten zijn demonisch en wij begonnen demonen uit mensen te drijven. Wij zagen heel veel dingen gebeuren, ik bedoel echt wonderbaarlijke dingen. 

Eén van de eerste dingen die gebeurde was het dement worden van mijn grootmoeder. Zij had mij tot mijn zesde jaar opgevoed. Ze stierf toen ik acht jaar was, maar voor een periode was zij degene die mij opvoedde. Ze werd dement en stierf. Het is mijn persoonlijke overtuiging dat enkele demonen in die kamer achterbleven toen zij stierf. Ik kan me herinneren dat vlak nadat zij gestorven was, ik uit de kamer verhuisde die ik samen met mijn broer deelde en in de kamer trok waar mijn grootmoeder had geleefd. Er stond een foto van haar op het dressoir en ‘s nachts kwam die foto tot leven. De foto kwam het frame uit en haar beeld bewoog heen en weer in die kamer. Ik was nog maar acht jaar oud en het joeg me de stuipen op het lijf! Ik wist dat dit niet normaal was en niet zo hoorde te zijn. Maar ik was bang dat als ik mijn ouders zou vertellen wat er gaande was, ze zouden denken dat ik gek geworden was. Daarom hield ik mijn mond. Zo snel mogelijk, trok ik weer in de kamer die ik met mijn broer had gedeeld. 

Toen dacht mijn broer, nou, dan neem ik die kamer wel. Dus trok hij erin. Dat duurde geen maand, toen had hij het ook wel gezien. Daarna ging mijn zus erin. Binnen een maand trok ook zij er uit. Uiteindelijk, vanaf de tijd dat ik acht jaar was tot een jaar of twintig, hielden wij die kamer op slot. Niemand zei er ooit iets over. Soms hadden we Bijbelstudenten in huis en dan gingen zij overal in huis zitten om te bidden met elkaar. Maar niemand ging die kamer binnen. En ik kan me herinneren dat er een nichtje kwam. Zodra zij lekker sliep, werd zij in die kamer gelegd. Prompt begon ze te huilen. Mijn zus pakte haar op en nam haar mee naar buiten. Toen was alles in orde en sliep ze snel weer in. Mijn zus ging weer naar binnen en de baby begon direct weer te huilen. Dat ging zo een tijdje door. Naar buiten, niets aan de hand, naar binnen, huilen. 

Eindelijk begon het tot me door te dringen dat er iets loos was, dat demonen echt waren en dat ze invloed konden uitoefenen. Ik hield de deur van die kamer altijd gesloten. Toen nam ik een besluit, ‘Ik ga die kamer binnen en ga de demonen eruit gooien. Ik ga dit huis bevrijden van die demonen.’ Dus ging ik naar binnen, deed de deur achter me dicht en begon te bestraffen en te binden, het haar in mijn nek stond recht overeind. Er was angst en ik had overal kippenvel. Ik kan me herinneren dat ik dacht: Oh God, wat ben ik blij dat ik niet in de geestelijke wereld kan kijken want als ik dat wel kon, zou ik deze enorme demonen zien, die boven mij uit torenen, met slagtanden en klauwen. Ik dacht zo omdat ik mij deze demonische macht zo voorstelde. Ik veronderstelde dat het uitsluitend aan de naam van Jezus te danken was dat ze weerhouden werden mij te verscheuren. En op die manier bad ik ook. Dank U God, dat ik niet kan zien wat er in de geestelijke wereld gaande is. Zodra die gedachte in me opkwam, draaide de Heer dat om en zei: ‘Andrew, als ik jou in de geestelijke wereld zou laten kijken, zou je geen enorme demonen zien met tanden en klauwen, maar kleine onooglijke gedrochtjes, echt hele kleine dingetjes. Je zou versteld staan. Ze stellen echt helemaal niets voor. Ze hebben alleen een hele grote mond. Ze weten hoe ze hard moeten schreeuwen en hoe ze je moeten intimideren. Ze zeggen een heleboel en beroemen zich op van alles en nog wat, maar ze kunnen niets waarmaken.’ Toen de Heer dat beeld veranderde van huizenhoge demonen naar pietepeuterige gedrochtjes zonder enige macht of autoriteit, was ik net de ‘Incredible Hulk.’ In plaats van vrees kwam er geloof bij me naar boven. Een geest van macht en kracht en vrijmoedigheid kwam over me. En pats boem, al die demonen was ik kwijt. 

Nogmaals, heel veel mensen denken dat dit alleen maar in je eigen fantasie zit. Maar voorheen als er Bijbelstudies waren, zonder dat ik ook maar iemand hierover verteld had, ging nooit iemand die kamer in. Jarenlang ging niemand die kamer binnen. Maar die avond, ik had niemand iets verteld, toen er Bijbelstudie was, raad eens? Mensen gingen die kamer in, en niemand dacht er bij na. Er was een hemelsbreed verschil. Misschien geloof je het niet, ik wel en dat is de reden dat het werkte. 

Laat me het Schriftgedeelte met je delen uit Jesaja 14 dat over de duivel schrijft, vanaf vers 4 staat er: 
‘En jullie zullen het volgende spotlied op de koning van Babylonië aanheffen: Het is gedaan met die slavendrijver, gedaan met zijn dwingelandij.’ 

In eerste instantie lijkt dit gericht tot de koning van Babel omdat die wordt genoemd. Maar in vers 12 blijkt het over Lucifer te gaan. Daarom geloof ik dat dit gaat over de demonische macht die werkzaam was door de koning van Babel. 

Vanaf vers 5-17 staat: ‘De HEER heeft de stok van de goddelozen gebroken, de scepter van de heersers, die de volken sloeg met woedende slagen, zonder eind, die hen belaagde met zijn toorn, zonder maat. Overal op aarde is rust en vrede, vrolijk gejubel weerklinkt. Op de Libanon heerst zelfs vreugde onder de ceders en de cipressen: “Nu jij geveld bent, komt niemand ons meer vellen.” Het dodenrijk beneden is in rep en roer om jou een ontvangst te bereiden: het wekt de schimmen voor je op van alle leiders van de aarde, het laat de vorsten van vreemde volken voor jou opstaan van hun troon. Hoor hoe zij je onthalen: “Nu ben jij even zwak als wij, je bent echt één van ons. Je pracht en praal, en de klank van je harpen, ze worden dit dodenrijk binnengebracht. Wormen zijn je bed, maden je deken.” O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste. Nee! Je daalt af in het dodenrijk, in de aller-diepste put. Ze zien je, ze kijken naar je en kijken nog eens goed naar je: “Is dit de man die de aarde deed beven en koninkrijken deed sidderen? Die het land tot verval bracht en steden verwoestte? Die zijn gevangenen nooit liet gaan?”’ 

En zo gaat het maar verder. 

Dit spreekt over de manier waarop ze op satan zullen reageren. Natuurlijk is dit allemaal gebeurd, omdat Jezus satan letterlijk vernietigd heeft. Neem net als ik de juiste houding aan, denk aan wat ik leerde toen ik aan het bidden was met de gedachte aan enorme demonen en de Heer mij zei: ‘Nee, het zijn kleine gedrochten, ze hebben helemaal geen macht en autoriteit, integendeel.’ In dit gedeelte in Jesaja lees je ook de reactie als wij satan zullen zien, dan zullen wij zeggen: ‘Is dit degene die mij zo heeft geïntimideerd? Is dit degene die ik mijn leven heb laten verwoesten? Is dit degene die mij onder een juk heeft gehouden? Dit niemendalletje? Deze nul? 

Dit is hoe satan momenteel is. Satan heeft in de verste verte de macht niet die de kerk aan hem toeschrijft. De enige macht die satan heeft, komt van mensen. De mensheid ‘maakte’ satan. Wij zijn het die hem kracht hebben gegeven. God schiep hem als Lucifer. Een goddelijke invloed, een engelachtig wezen. Maar de mens gaf hem zijn autoriteit en macht. En het is slechts de fysieke, menselijke macht en kracht die hij gebruikt. Daarom heeft hij een lichaam nodig. En dat is de reden dat een varken meer macht en gezag heeft, daarom smeekten de demonen Jezus om hen toe te staan in de varkens te gaan. Zelfs een varken heeft meer macht dan demonen. Satan is een factor, maar uitsluitend omdat mensen aan hem toegeven. 

Als je de waarheid kent en begrijpt, zal de waarheid je vrijmaken.
Mensen, dit is heel goed nieuws! 


Onderwijs vertaald van MP3 bestanden. Gedownload van www.awmi.net (of kijk TV)
Oorspronkelijke titel van deze serie: ‘The Believer’s Authority’
Vertaling: Jan Vossen 072-75611769; e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.